" Do not make the
mistake of treating your dogs like humans or they will treat you like dogs. "
Martha Scott
Hondenrassen
Bergwandelen met de hond is helaas niet even geschikt met alle hondenrassen. Sommige honden hebben beperkingen waardoor lange afstanden wandelen en klimmen minder geschikt zijn. Ook zijn niet alle hondenrassen in ieder land welkom.
De keuze van een ras:
Indien je wilt gaan bergwandelen met je hond moet je hiermee bij de keuze van het ras rekening houden. Bedenk wel dat de hond zo'n 48 weken van de 52 in Nederland is en dat de keuze niet alleen afhangt van eventueel te maken bergwandelingen. Belangrijke factoren zijn ondermeer: het karakter, geschiktheid van het ras in een gezin, de benodigde hoeveelheid beweging, vachtverzorging, grootte en gewicht.
Belangrijke punten bij de keuze van een ras met betrekking tot het bergwandelen zijn
Het oorspronkelijke doel waarvoor rassen zijn gefokt:
Als je kijkt naar het oorspronkelijke doel waarvoor hondenrassen zijn gefokt wordt het gemakkelijker te bepalen of een hond mee kan de bergen in.
Een goede fokker kan je adviezen geven over uw eventueel toekomstige hond, helaas zijn er ook fokkers die gewoon zo veel mogelijk honden willen verkopen zonder in te zitten over de hond of over jou. Bij de rasverenigingen kun je informatie krijgen over fokkers.
Van oorsprong heeft ieder (berg)land zijn eigen herdershonden. Om de kuddes te hoeden zijn er de kleine beweeglijke herdershonden, gefokt op uithoudingsvermogen en uiteraard geschikt om mee te nemen op een wandelvakantie. Daarnaast zijn er de berghonden die de kuddes bewaken tegen roofdieren, natuurlijk kunnen deze honden wel uit de voeten in de bergen maar ze zijn minder geschikt om hele lange afstanden te lopen.
De windhonden zijn van oorsprong zichtjagers. Voor mensen nauwelijks waarneembare bewegingen is voor de windhond 'de jacht geopend', daarom is in veel landen wettelijk geregeld dat deze honden ten allen tijden moeten worden aangelijnd.
De lopende honden zijn van oorsprong gefokt voor de drijfjacht, hun uithoudingsvermogen zal het probleem niet zijn, ze hebben wel de neiging achter hun neus aan te lopen en hun eigen weg te gaan. Ze dienen goed te luisteren en wanneer nodig moeten ze worden aangelijnd.
Dashonden werden gefokt om de holen van vossen en dassen in te kunnen, vandaar dat ze laag op de poten staan. Later werden de uiterlijke kenmerken belangrijker. Hun lange is rug vaak kwetsbaar.
De gezelschapshonden zijn honden die gefokt zijn om mensen gezelschap te houden en vinden een rustig bestaan prima. Ze nemen met kortere wandelingen genoegen. Natuurlijk zijn deze honden qua omvang wel prima in een hondendraagzak mee te nemen.
Poolhonden hebben het uithoudingsvermogen zeker om lange afstanden af te leggen maar hun vacht is geschikt om extreme kou te kunnen weerstaan. Hiermee moet rekening worden gehouden wanneer gewandeld in warme gebieden.
Lichaamsbouw:
De lichaamsbouw van de hond heeft vaak te maken met het oorspronkelijke doel waarvoor ze werden gefokt zoals hierboven werd omschreven. In het algemeen kan worden gesteld dat hondenrassen waarin de mens een bepaalde lichaamsbouw in het overdrevene heeft gefokt vaak een extra handicap hebben met betrekking tot grote inspanningen.
Voor honden met een in verhouding lange rug is steil klimmen (traplopen) in de bergen niet aan te raden, er zouden rugklachten kunnen optreden.
Honden met een platte snuit, zoals de Engelse Bulldog, kunnen de inspanningen welke geleverd moeten worden bij het klimmen minder goed aan, ze raken sneller uitgeput door ademhalingsproblemen.
In warme gebieden dient men met rassen met een vacht welke geschikt is om 's winters buiten te verblijven rekening te houden, deze rassen kunnen hun lichaamswarmte minder snel kwijt, dus bestaat de kans op oververhitting.
Met rassen met weinig of geen vacht dien je in koude gebieden rekening te houden, de kans bestaat dat ze bij kou onderkoelen. In de bergen valt de neerslag vaak in de vorm van sneeuw of natte sneeuw, vaak ook in de zomer! In een fikse regenbui koelt het tevens sterk af.
Met rassen met weinig of geen vacht dien je tevens in warme gebieden rekening te houden, door de schone lucht is de kans op verbranding door de zon erg groot.
Het kan in de bergen nodig zijn de hond op te tillen, er zijn hondenrassen welke zomaar 60 a 80 kg wegen, deze zijn niet gemakkelijk te tillen.
Bovenstaande betekent niet dat de honden waarop het betrekking heeft volledig ongeschikt zijn om mee te nemen op vakantie:
Wandelingen kunnen zo steil worden gemaakt als je zelf wilt, door een kabelbaan (gondel) te nemen kun je prachtige hooggebergtewandelingen maken met weinig hoogteverschillen, de inspanningen welke de hond moet leveren zijn zo veel geringer dan wanneer je eerst een paar uur gaat klimmen.
In het hooggebergte is het veel koeler dan in de dalen wat een ook een reden kan zijn om een kabelbaan (gondel) te nemen.
De hond kan zijn warmte goed kwijt wanneer er langs een beek wordt gewandeld, hij kan lekker met de pootjes in het koude water.
Onderkoeling kan worden voorkomen door het dragen van een dekje en de pootjes kunnen worden beschermd met schoentjes.
Om de kans op verbranding of oververhitting te verkleinen kan op het heetst van de dag ook in de schaduw worden gewandeld onder de boomgrens.
Wandelingen waarbij de hond misschien moet worden opgetild kunnen worden vermeden.
Aan regels gebonden rassen:
Steeds meer hondenrassen worden verboden en per land verschillen de regels wat betreft hondenbezit. Deze regelgeving is voortdurend aan veranderingen onderhevig. In Frankrijk is het aanlijnen en muilkorven van bijv. Rottweilers en American Staffordshire terriers verplicht. In Duitsland is het aanlijnen van honden groter dan 40 cm en/of zwaarder dan 20 kg verplicht, waarbij men een muilkorf bij zich dient te hebben, de invoer van bepaalde rassen is aan regels gebonden, per deelstaat is dit verschillend . Je moet je dus realiseren dat sommige hondenrassen nu of in de toekomst niet langer welkom zijn in bepaalde landen.