" I've seen a look
in dogs' eyes, a quickly vanishing look of amazed contempt, and I am convinced
that basically dogs think humans are nuts "
John Steinbeck
Frankrijk / Catalonië augustus 2021
Couserans.
Zomer 2021, onze regering versoepelt de Corona-maatregelen in juni drastisch, de (nacht)clubs gaan weer open en jongeren worden zo ongeveer aangemoedigd
te gaan 'dansen met Janssen'. Nederland kleurt in no-time donkerrood op de Europese
Coronakaart. Onze zomervakantie lijkt even om zeep te worden geholpen. Gelukkig
schrikken niet alle landen zich een ongeluk, een trip naar de Pyreneeën behoort
nog tot de mogelijkheden. Onze reis gaat naar het Franse Couserans. Kate is
inmiddels 12 en Jools is 11. Ze gaan uit logeren, vooral Kate wordt nu oud,
lange wandelingen doen we haar geen plezier meer mee. Zware tochten door de Pyreneeën lijkt ons ook voor Jools wat te gek worden. Bij onze ouders worden ze
bovendien flink verwend. De grensoverschrijdende tocht Pass'Aran is een vijf- of
zesdaagse tocht door de Franse en Catalaanse Pyreneeën langs vijf berghutten
ofwel gites/refuges; Gite d'Eylie, Refuge de l'Etang d'Araing, Refugi Amics de
Montgarri, Refuge des Estagnous en La Maison du Valier. De tocht gaat door het
Franse Couserans en het Catalaanse Val d'Aran. De totale lengte is circa 68
kilometer en het hoogteverschil is zo'n 5740 meter. Naast de beide grenspassen
worden nog een aantal bergpassen overgestoken, daartussen wordt soms flink
afgedaald en geklommen. Op de site van Pass'Aran, waar de tocht kan worden
geboekt met groepen en een gids, doen ze de tocht in vijf dagen, startend bij
één van de drie gites: Eylie, Montgarri of Maison du Valier. Op de site van
Park Naturel Regional des Pyrénées Ariegéoises trekken ze er zes dagen voor
uit, de eerste en laatste dag zijn dan kortere wandeldagen, startend op de
parkeerplaats La Pucelle, tussen de twee gites Maison du Valier en Eylie. Gezien
de hoogtemeters en looptijden lijkt ons een zesdaagse voor ons de beste optie,
mede door de zware bepakking. We delen de etappes iets anders in aangezien we
geen gebruik maken van de gites. We zoeken de bergmeertjes en riviertjes op voor
de bivaks met onze tent.
Beren.
Onze tocht begint in Eylie op 1000 meter hoogte. Eylie is een gehuchtje aan het
eind van het dal 'Vallée du Biros'. Parkeerruimte is er nauwelijks maar we
vinden een plekje in de berm aan de weg nabij Gite d'Etape d'Eylie. Achteraf
hadden we beter aan het riviertje 'Le Lez' kunnen parkeren waarschijnlijk,
volgens de kaart is daar een parkeerplaats (Bocard d'Eylie). Op het startpunt
van de wandeling vinden we naast een informatiebord over Patous, de waakhonden
van de schaapskuddes, ook een bord met wat te doen bij een ontmoeting met een
bruine beer. Net als bij de patou is het motto: rustig blijven, geen gekke
dingen doen, afstand houden. Misschien is het een idee om een informatiebord op het Binnenhof te plaatsen met 'wat te doen als het R-getal afneemt'?
Een beer is van nature zeer schuw en bang voor mensen maar
kan gevaarlijk zijn als hij zich bedreigd voelt of wordt verrast. Hij heeft een
goed gehoor, een zeer goed reukvermogen en een gemiddeld zichtsvermogen. Als een
beer je hoort of ruikt zal hij je proberen te ontwijken. Volg nooit de sporen
van beren en benader ze nooit, ook niet op grote afstand. Hou je hond dicht bij
je. Een hond die overal rondstruint kan een beer provoceren.
Als je een beer tegenkomt op minder dan 50 meter help hem dan jou te
lokaliseren:
- laat jezelf horen en zien, beweeg en praat rustig.
- stap langzaam zijwaarts, weg van het pad, zodat je zijn eventuele vluchtroute
vrijmaakt.
- ga niet rennen, als een beer op zijn achterpoten gaat staan is dat geen
agressie maar nieuwsgierigheid. Hij probeert meer luchtjes te ruiken om je beter
te identificeren.
In het bos bij Eylie gaat het meteen omhoog, de eerste etappe
moet meteen ruim 1250 hoogtemeters worden overwonnen. We volgen de GR10 met
roodwitte markering. Onderweg staan restanten van kabelbanen die werden gebruikt
in de mijnen. Het moet misschien doorgaan voor monument maar het oogt wat
chaotisch. Vooral het vervallen betonnen gebouw, of wat er van over is, is van
bovenaf niet fraai. Op 1955 meter hoogte passeren we een oud mijnwerkersdorpje,
er staan een paar auto's en er is wat activiteit. Twee honden slaan aan omdat we
passeren, aan de andere kant van het dal reageert een patou met een waakse blaf.
Reese boeit het allemaal niet, die loopt zoals gewoonlijk tussen ons in, drie op
een rij, in een rustig tempo bergopwaarts. De bergtoppen zijn in mist gehuld en
langzaam maar zeker wij ook. Hogerop is het zelfs motregen, het is windstil en
niet echt koud. Als we op 2252 meter hoogte de eerste pas over gaan, de Col
d'Araing, is het zicht nog 25 meter. Ergens beneden, zo'n 300 meter lager, ligt
het bergmeertje Étang d'Araing, het eindpunt van de eerste etappe. We zien er
helaas niets van. Beneden krijgen we een eerste glimp van het meer, een blik op
de stuwdam en cabane de l'Étang d'Araing. Het ziet er nog niet uit zoals we
hadden gehoopt en we zoeken een bivakplaats verderop aan het meer, met de dam
uit het zicht. De Refuge de l'Étang d'Araing moet hier ook ergens staan maar we
zien 'm niet.
Grenswachten.
De volgende dag hebben de mist en motregen plaats gemaakt voor zon. Dat ziet er
veel beter uit, de dag begint vrijwel onbewolkt. Het blauwe Étang d'Araing komt
er zo goed uit en van bovenaf is het een plaatje, zelfs de dam stoort niet meer.
Het is eerst zo'n 300 meter klimmen over hetzelfde pad terug naar de pas op 2252
meter en dan nog dik 200 naar Portillon d'Albe waar de grens met Catalonië is.
De roodwitte markering heeft plaats gemaakt voor een gele. Een tiental adelaars
cirkelen als grenswachten hoog boven ons. Het zijn indrukwekkende vogels. Verder
wordt de grens bewaakt door een kudde schapen die op hun beurt weer wordt
bewaakt door slechts één patou. Hij heeft ons getraceerd en blaft waaks. De
kudde omzeilen gaat niet in dit steile terrein, de schapen staan overal op ons
pad, we moeten er tussendoor. De patou komt ons tegemoet maar houdt netjes zo'n
25 meter afstand. Met zijn waakse blaf laat ie weten dat ie ons in de gaten
houdt. We gaan door de kudde en houden Reese bij ons, de patou volgt ons op
afstand en brengt ons naar Portillon d'Albe. Aan de Catalaanse zijde grazen ook
schapen maar het lijkt de Franse patou niets te schelen wat wij daar uitspoken,
hij bewaakt zijn Catalaanse
buren niet zo lijkt het. Op 2457 meter passeren we de grens. Er volgt een steile
afdaling met zicht op het Catalaanse Lac Long de Liat, daarna loopt de Pass'Aran
op circa 2300 meter hoogte parallel aan de grens naar Pales de Liat. Het
uitzicht over het Catalaanse dal met de bergmeertjes is formidabel. Wat een
contrast met de mist en motregen een dag eerder. Door een afwisselend landschap
met puinhellingen, bergmeertjes, grasland en rotsformaties gaat de route naar de
volgende bergpas: Còth de Maubèrme op 2478 meter. De mist is terug maar de
Pyreneeënkam die de natuurlijke grens met Frankrijk en Catalonië vormt houdt
het lang tegen. De mistflarden die vanuit Frankrijk de Catalaanse kant bereiken
verdampen vrijwel meteen, het is een mooi schouwspel. Als we de Còth de Maubèrme
naderen wordt de mist wel wat hardnekkiger maar het pakt niet helemaal dicht
gelukkig. De afdaling naar Lac de Montiliu is het slotstuk van de dag en als het
meer in het zicht komt is de dag goed, wat een plaatje weer. Bovendien zijn we
de hele dag niemand tegen gekomen aan de Catalaanse zijde. De noordwest zijde
van het meer is een prima plaats voor een bivak, redelijk vlak, niet aan het
pad
en
de volgende ochtend meteen zon zodat alles
kan drogen, de tent is vaak toch
nat door condens. Een adder die ligt te zonnen maakt dat ie wegkomt als we
naderen, het blijft oppassen. Aan de overkant van het meer en hogerop grazen
koeien die hun bellen luiden tot na zonsondergang. Wat een wereld.
Montgarri.
Onze wens wordt vervuld, de zon droogt de dag erop onze tent snel en we zetten
koers naar de volgende pas; Còth de Montiliu op 2465 meter waar we Lac de
Montiliu nog even kunnen bewonderen. Er volgt een lange afdaling door een
eenzaam en fraai dal waar eerst weinig maar water stroomt. Er graast een kudde
paarden. Onderin het dal is water in overvloed, hier zijn ook bivakplaatsen in
overvloed aan de Arriu de Vernatar maar dat past niet in onze planning. Op 1797
meter volgen we een stukje de GR211. Het wordt steeds drukker naarmate we Rifugi
Amics de Montgarri naderen. Hier kunnen auto's komen en dat is te merken. Rondom
de berghut en het kerkje is het druk en ook langs de oevers van het riviertje La
Noguera Pallaresa recreëren veel mensen. Eigenlijk hebben we wel zin in wat
eten en drinken maar de drukte schrikt ons wat af. We lopen door en na een
kwartier is er niemand meer te bekennen. De Pass'Aran volgt nu de GRT en aan de
Arriu de Bandolèrs zoeken we een bivakplaats. Dat valt niet mee, het is aan de
oevers lang niet vlak. Aan een klein zijstroompje vinden we wel een mooi plekje.
Schapenstront.
Dag vier gaan we de Franse grens oversteken, de dag begint met mist en regen. De
boel droog inpakken is er niet bij. We pakken de zeiknatte tent in samen met
vochtbestendige spullen. De kleding, slaapzakken en matrassen gaan in de andere
rugzak. Reese gaat van start met regenjas en wij in gore-tex. Het is niet koud
en er staat weinig wind. Klimmen is niet fijn, ook 'ademend' gore-tex is veel te
warm. Het Bòsc Dera Girèta is prachtig en zeer rijk aan bloemen. De regen
maakt plaats voor mist en als we aan de klim naar de drie passen beginnen kan de
regenkleding uit. In het dal van de Arriu Hered stroomt geen water. De dag
ervoor hebben we nog getwijfeld om door te lopen naar dit dal. Het stikt er
bovendien van de schapen. Wederom één patou bewaakt de kudde. Deze patou neemt
zijn taak iets serieuzer, hij nadert op 10 meter en volgt ons zeker 20 minuten
bergopwaarts. Hij doet niets anders dan regelmatig blaffen. Hogerop is het pad
vergeven van de schapenstront, dat is eigenlijk niet leuk. Als we onverhoopt
door de mist de markering niet meer kunnen vinden ruiken we het pad wel. Tijdens
een korte pauze horen we plotseling een dof gerommel, alsof er een op hol
geslagen kudde aankomt denderen. Een drietal stenen van pak 'm beet 10 kilo
razen met hoge snelheid de berg af. Waarschijnlijk losgetrapt door de schapen
hogerop de berg. Voor hetzelfde geld vangen wij ze op, levensgevaarlijk! De Port
de la Girette is de eerste pas die we passeren gevolgd door Passage de la Legne,
de daadwerkelijke grenspas. Op Port de Barlonguère in Frankrijk op 2400 meter
is het koud en winderig, de gore-tex kan weer aan. De GRT gaat linksaf, een mooi
dal in, de Pass'Aran gaat rechtsaf een dal in waar we door de mist niets van
zien. Het is een stenige afdaling richting Étang Long. Als de mist even optrekt
zien we een glimp van het meer, het is werkelijk schitterend maar duurt slechts
enkele seconden. Naarmate we het meer naderen
trekt de mist steeds vaker op. Als
we de westoever naderen breekt het open en zien we de omgeving in volle glorie;
het is werkelijk een van de mooiste dingen die we ooit hebben gezien. De
machtige groene bergen rijzen hoog op uit het meer, soms half omhuld met
mistflarden. De overzijde van het meer is nog niet te zien in de mist. Hier
nemen we een pauze. Deze ervaring kan niet lang genoeg duren. De route gaat
langs de met staalkabels gezekerde noordoever van Étang Long. Het aantal en de
verscheidenheid aan bloemen is overweldigend. Het verplaatsen gaat erg langzaam
want het is ruig en moeilijk maar dat is niet erg in deze prachtige omgeving. De
oostzijde laat zich nu ook regelmatig zien, de berg erachter soms ook, het lijkt
wel een pyramide. Op handen en voeten bereiken we de oostzijde. We moeten Reese
één keer helpen, één passage kan ze echt niet doen, die gaat loodrecht
omhoog langs een staalkabel waar ze niets aan heeft. Via een omweg van een
tiental meter gaat ze probleemloos omhoog over rotsen en kleine plateaus met
gras. De afdaling daarna naar Etang Rond is zeer steil en lastig. Ook hier zijn
gezekerde passages en met een zware rugzak is het best pittig soms. Ook Reese
begeleiden we een paar keer aan het tuigje. Eenmaal aan het meer vinden we het
welletjes, we zoeken een bivakplaats, deze zijn schaars aan de steile oevers dus
we stellen weinig eisen.
Helikopter.
De volgende ochtend breken we vroeg op, we staan aan het wandelpad en willen de
eerste wandelaars voor zijn. De klim naar Refuge de Estagnous is steil maar goed
te doen. Een helikopter vliegt af en aan om de berghut te bevoorraden. Er liggen
een aantal kleine meertjes, Les Estagnous, bij de refuge waar meerdere tentjes
staan. Ze zijn nu zeker wakker met die helikopter telkens boven hun hoofd. Col
de Pécouch op 2462 meter is nog best een klimmetje vanaf Étang Rond. Vanaf dit
punt zijn zowel Étang Long als Étang Rond goed te zien. Het is zonnig en
onbewolkt. Misschien was Étang Long in de mist niet eens zo verkeerd achteraf.
Er volgt een hele lange afdaling over een gigantisch granietplateau en later
over granietblokken. Het is ruig en soms lastig voor ons, Reese heeft
ogenschijnlijk nergens moeite mee. Étang Milouga komt in het zicht, alweer zo'n
prachtig meer in een machtige bergwereld maar geenszins gemakkelijk bereikbaar,
het is weer steil en er zijn stalen opstapjes geplaatst op diverse rotsblokken,
hier helpen we Reese één keer. Het meer nodigt weer uit tot een lange pauze.
Hoog boven het dal gaat Pass'Aran dan op zo'n 1900 meter hoogte richting de
volgende berghut; La Maison du Valier. Een Frans jongetje begint een heel verhaal tegen ons, als ie doorheeft dat we hem niet verstaan voert hij een
toneelstuk op. Ze hebben sporen van een beer gevonden concluderen we. Hij doet
om en om een beer en een schaap na en beeld met zijn hand de voetafdruk met 5
tenen uit. Kilometers verderop groet hij ons met 'Gutentag', da's dan weer
jammer maar goed, Duitsland is tenminste wel groen op de Europese Coronakaart.
De daadwerkelijke afdaling begint een paar honderd meter na Cabane Taus. Hier is
een nieuw pad aangelegd met haarspeldbochten, het is gemakkelijk af te dalen. De
route gaat dan richting het riviertje Riberot door een bos met veel mossen
en
enkele spectaculaire watervallen. Een hele lange afdaling is het maar nergens
moeilijk zodat om je heen kijken ook nog veilig kan. Onderin het dal, waar het
bos meer een park wordt, is het best druk, La Maison du Valier is een mogelijk
startpunt van Pass'Aran net als Montgarri. Voor onze bivak zeker niet geschikt.
Wij hadden onze zinnen gezet op een plekje aan het riviertje La Trapech en dan
bij voorkeur boven de boomgrens. In het bos gaat de route enorm steil omhoog, La
Trapech buldert door een diep uitgesneden stroomdal waar bivakkeren niet kan. We
stijgen nog een uurtje door weg van La Trapech tot boven de boomgrens. Er staan
twee gebouwen op de kaart; Cabane de l'Artigue en Cabane du Trapech du Milieu,
wellicht stroomt daar water. Bij de eerste is dat het geval maar er ligt veel
koeienstront dus zijn er ook vliegen. We gaan door naar de tweede en
hoogstgelegen op 1550 meter, daar is ook een bron. Niet de mooiste bivakplaats
maar nog verder doorlopen is geen optie, hoe hoger hoe kleiner de kans op water.
La Trapech opzoeken hebben we ook geen zin meer in. Later arriveren er nog drie
wandelaars, één met tent, hij vraagt ons vriendelijk of hij zijn tentje hier
ook mag opzetten. De andere twee overnachten in de cabane. We hadden al eventjes
deze cabane geïnspecteerd, misschien een optie in plaats van de tent opzetten.
Wij waren niet echt enthousiast, een beetje schoon mag wel.
Mist.
's Nachts keert de mist terug, we pakken de boel 's ochtends weer kletsnat in.
Op de zesde etappe liggen twee passen te wachten: tussen Tuc de Coucou en Clot
du Lac door op 1824 meter en Col de l'Arech op 1802 meter. Daartussen wordt
afgedaald naar circa 1000 meter hoogte in het dal van l'Orle met parkeerplaats
La Pucelle. Hier start de Pass'Aran op de site van PNR des Pyrénées Ariegéoises.
Qua hoogtemeters is het dus nog een flinke wandeling. Door de mist zien we
praktisch niets van de omgeving, in het dal van l'Orle tussen de beide cols
komen we even onder de bewolking, het is er wel mooi met enkele grazende
paarden. De laatste klim naar Col de l'Arech gaat tussen duizenden varens
zigzaggend omhoog, er lijkt geen einde aan te komen. Met slechts tientallen
meters zicht zien we niets dan varens. Wij zien in ieder geval nog wel varens
achter de varens maar Reese ziet alleen maar de onderkant van de varens, da's
nog erger. Er is wel iemand met een bosmaaier geweest om het pad vrij van varens
te maken, anders waren we ook nog kleddernat waarschijnlijk. De afdaling van Col
de l'Arech richting Eylie is erg modderig, ook hier is een nieuw pad aangelegd.
Hier staat overwegend heide en alpenroos, gelukkig niet weer varens. In het bos
in het dal van Le Lez hangt door de mist wel een mystieke sfeer, er staan ook
weer wat restanten van de kabelbaan van de mijnen en de spinnenwebben zijn door
de waterdamp goed zichtbaar. Hoogtepunt voor ons op de zesde etappe zijn de oude
huisjes en schuurtjes in Eylie waar we tussendoor lopen in de wetenschap dat we
bijna weer bij onze camper zijn, we zagen 'm een half uur eerder al staan toen
we eindelijk onder de laaghangende bewolking kwamen.
Pass'Aran, zesdaagse rondwandeling Couserans - Val d'Aran.
Dag 1.
[P] Eylie 1000 m - GR10 Cabane de Bentaillou - Anciennes mines de Bentaillou
1955 m - Col d'Araing 2252 m - Étang d'Araing 1900 m.
Dag 2.
Étang d'Araing 1900 m - Col d'Araing 2252 m - Portillon d'Albe 2457 m -
Estanhets d'Albi - Pales de List - Coll de Mauberme 2468 m - Lac de Montiliu
2380 m.
Dag 3.
Lac de Montiliu 2380 m - Coll de Montiliu 2470 m - Pales deth Cap deth Horcalh -
Pales de Vernatar - 1797 m - Es de Cabau 1723 m - Refuge Amics de Montgarri 1648
m - Pleta de Bandolèrs - Arriu des Bandolèrs.
Dag 4.
Arriu de Bandolèrs - Pleta de Bandolèrs - Bòsc de Girèta - Port de la
Girette 2448 m - Passage de la Legne 2510 m - Port de Barlonguère 2400 m - Étang
Long 2123 m - Étang Rond 1936 m.
Dag 5.
Étang Rond 1936 m - Refuge des Estagnous 2246 m - Col de Pécouch 2462 m - Étang
de Milouga 1970 m - Cabane du Taus 1900 m - Cabane d'Aouen 1592 m - Riberot -
Maison du Valier 957 m - Cabane de l'Artigue 1420 m - Cabane du Trapech du
Milieu 1543 m.
Dag 6.
Cabane du Trapech du Milieu 1543 m - Cabane du Trapech d'en Haut 1724 m - Cabane
du Clot du Lac 1824 m - Cabane du Besset 1520 m - Darnaca 1045 m - l'Orle 1000 m
- Col de l'Arech 1802 m - Le Lez 970 m - Gite d'Eylie 1000 m.
Grenspassen.
Voor de tweede tocht maken we zelf een route. Bij Pass'Aran, maar ook bij
verschillende tochten die we in 2017 en 2018 maakten, namen we geregeld
bergpassen van Frankrijk naar Catalonië. Dat gaan we weer doen, via twee, voor
ons onbekende, passen naar het Catalaanse Alt Pirineu park. Er ligt nog een stuk
natuurpark vlakbij de Pass'Aran route wat we niet kennen. De weersverwachting is
goed, misschien iets te warm maar in ieder geval droog. We laten onze California
achter in Couflens op 723 meter hoogte en beginnen onze zesdaagse met een
asfaltmars naar Salau. Het is al warm en over asfalt lopen is niet onze
favoriete hobby maar er zijn geen alternatieve wandelpaden. Salau zelf is dan
wel weer de moeite waard met een fraai kerkje en oude huisjes. Maar we zijn er
nog niet, pas bij de parkeerplaats Peyrots houdt het asfalt op en begint het
echte werk. Een breed wandelpad leidt ons naar een waterval; Cascade de Léziou.
Daarna volgt een mooi steil bospad tot de boomgrens. In de groene vallei grazen
koeien, er staat ook een dikke stier tussen die respect afdwingt. Het aantal
hagedissen is overweldigend. Hogerop stroomt geen water meer, we hopen op een
bron bij cabane La Lanne maar ook daar is het droog. Er zit niets anders op dan
door te lopen totdat we water treffen. Port de Salau is onze grenspas op 2087
meter hoogte. Op 2000 meter staat nog een vrij nieuwe cabane, deze staat niet op
de kaarten. We treffen er wel een bron en besluiten onze tent vlakbij de cabane
te plaatsen. De mist is ook weer van de partij, het dal wordt helemaal gevuld en
wij staan bij vlagen in de mist. Er passeert nog een wandelaar die al 14 dagen
in de bergen bivakkeert, hij komt een praatje maken en vragen hoe het pad naar
beneden loopt want er is bijna niets meer te herkennen. Tegen de schemer ligt
het dal onder ons onder een deken van mist, wij staan er net boven. Op de
bergkam van Pic de Montaud is nog een herder met zijn honden aan het
schapendrijven. De nacht is helder en de sterrenhemel is weer zoals we die graag
zien. Het is een bijzondere wereld.
Onweer.
De volgende dag is het stralend weer, onbewolkt en warm. We hoeven nog geen 100
meter te klimmen naar Port de Salau, waar een ruïne staat. Boven zitten al een
stel Spanjaarden uitgebreid te picknicken met alles erop en eraan. De afdaling
aan de Catalaanse zijde is makkelijk maar ook droog, Reese krijgt water uit onze
voorraad, dat is uitzonderlijk, maar het is dan ook erg warm. Onderin het dal
passeren we een bron, het glasheldere water komt op een paar plaatsen zo de berg
uitstromen. Reese neemt een koud bad en een frisse halve liter. Wij vullen ook
onze flessen weer bij. Bij Rifugi del Fornet volgen we een stoffig smal wegje
waar ook een enkele auto rijdt. De volgende bestemming is het dorpje Alós, waar
we de bergwereld in willen van Alt Pirineu. Dat we een stukje asfalt moesten
bedwingen naar Alós wisten we, dat het zó zwaar zou vallen niet. Het is
bloedheet en zowel Reese als wij beleven er weinig plezier aan. Eenmaal in Alós,
wat wel weer een heel mooi dorpje is met kerkje, smalle steegjes en pittoreske
huisjes, nemen we onze siësta. Bij gebrek aan horeca stallen we ons kookgerei
uit op het dorpspleintje in de schaduw van de bomen en doen een paar uur rustig
aan. Onze met geel gemarkeerde route gaat vanuit Alós omhoog door het bos waar
Reese drinkwater genoeg heeft, de open stukken daarna zijn weer ongenadig warm
en als de markeringen ook nog ontbreken besluiten we na een paar zoekacties de
bredere 'guterweg' een stukje te volgen. Deze 'weg' stopt bij de grens van Parc
Natural de l'Alt Pirineu, we zoeken hier een bivakplaats op circa 1980 meter
hoogte, aan het water. Iets hogerop is de bron, het water komt met geweld de
berg uit als een serieuze waterval. 's Avonds zien we een aantal gemzen hoog op
de bergkam, het is windstil en we blijven tot donker buiten, koud is het niet.
's Nachts worden we eraan herrinnerd dat het weer in de bergen snel kan omslaan.
Eerst wat weerlicht, dan gerommel en vervolgens een pittige onweersbui met harde
windstoten en veel regen. Onze tent is weer even getest, alles is nog heel
en
droog. Reese maakt het allemaal weinig uit, het noodweer maakt op ons meer
indruk. Reese heeft het volste vertrouwen in Hilleberg als tentmaker en in ons
als we 'm opzetten. De volgende ochtend is alles weer droog, de temperatuur
schiet omhoog en de gemzen laten zich weer zien, ook die hebben het overleefd.
Padloos.
Markeringen zijn schaars in Alt Pirineu. We moeten het doen met enkele
steenmannetjes. De klim naar Col del Clot de Moredo op 2420 meter is goed te
doen, het pad is redelijk duidelijk en de steenmannetjes doen de rest. Ook de
afdaling naar Refugi d'Airoto gaat via een overduidelijk pad, daarna is het
afgelopen. In het granietblokkenterrein vlakbij de refugi zoeken we naar
steenmannetjes, maar tevergeefs, die zijn er niet. Met de smartphone met GPS
vinden we aan de andere van het blokkenterrein met pijn en moeite het pad. Reese
is erg handig in dit terrein, ze zoekt de makkelijkste weg en we hoeven haar
niet te helpen. We pauzeren even en maken een praatje met een wandelaar die we
eerder op de col en bij de refugi ook al zagen. Hij loopt de HRP een route dwars
door de Pyreneeën van de Middellandse-Zee naar de Atlantische Oceaan. Hij noemt
dit deel enthousiast 'wild and remote'. Er zijn nauwelijks paden en markeringen,
daarom zijn er ook weinig wandelaars. Ook hij heeft moeten zoeken in het
blokkenterrein, het ligt niet aan ons zegt ie. We gaan weer een pas over en het
uitzicht op Estany d'Airoto en Estany Mitja d'Airoto is prachtig. De oranje
Refugi is minder fraai. Aan de andere kant ligt Estany Sup del Rosari, de
volgende bestemming. De afdaling naar het meer is makkelijk, de doorsteek over
Plans d'Isavarre ook, daarna wordt het anders. In onoverzichtelijk terrein
zoeken we ons een ongeluk naar ons volgende doel; Estany de Garrabea op 2180
meter. We 'spreken' weer een wandelaar in een granietblokkenterrein. Hij roept
gestrest: "Unbelievable! This is unbelievable, I have GPS, but there is
no path! Nothing, no marks, no path! I use GPS, but there is nothing! It's
unbelievable, last week it was cold and now it's 40 degrees, this is not
normal!" Daar waren wij inmiddels ook achter.... Als we aan het eind
van de dag 'ons' meer eindelijk vinden is er één stek waar de tent mooi vlak
kan staan, aan de noordwest zijde waar het meer wordt gevoed door de beek. Het
is er prachtig, het ruige landschap rondom het meer in contrast met de de groene
grazige vlakte waar wij staan. We zijn niet alleen, er is ook een kudde paarden.
Ze zoeken, net als wij na een hete zomerdag, de verkoeling van het bergmeertje.
Bovendien vinden ze de slierterige waterplanten erg lekker die er groeien. Het
zijn indrukwekkende dieren, veel eleganter dan koeien en schapen eigenlijk. 's
Avonds maken we de balans op, als het morgen
weer zo moeizaam gaat moeten we
overwegen dezelfde weg terug te lopen. Een ander alternatief is afdalen naar
Plan de Beret en dan met een grote omweg via de GR211 door het dal te lopen
richtingde passen naar Frankrijk. Het gebied in onherbergzaam en kilometers
maken is er niet bij, het schiet niet op.
Hoogvlakte.
De volgende pas is Forqueta d'Àrreu op 2414 meter hoogte. Met een beetje geluk
is de Circ de Bacivèr aan de andere kant overzichtelijker terrein en kunnen we
onze route voortzetten. De klim naar Forqueta d'Àrreu beloofd niet veel goeds,
het is steil en onoverzichtelijk. Eenmaal op de col zelf wordt het beter, de
Circ de Bacivèr is meer een hoogvlakte dan een berggebied en vanaf de eerste
bergtop naast Forqueta d'Àrreu is het hele dal te overzien. Er lopen meerdere
paden en we zien alle meren en ook wandelaars die vanaf de andere kant het dal
in gaan. Dit is niet ingewikkeld. We besluiten door te zetten en onze route te
vervolgen. We dalen af en nemen een van de ongemarkeerde paden naar de volgende
bergpas; Pass de Ferradura met 2577 meter de hoogste tot nu toe. De klim naar de
pas lijkt vanaf het laatste meer van Estanys de Dalt de Baciver steiler dan hij
werkelijk is. Zonder veel problemen bereiken we de pas die mondjesmaat is
gemarkeerd met steenmannetjes. Aan de andere kant in Circ dera Herradura liggen
drie bergmeertjes; Lacs de Marimanha, bij de laatste zou mooi onze bivak kunnen
zijn. De Circ dera Herradura is bepaald geen hoogvlakte, het is ruig,
onoverzichtelijk en natuurlijk weer padloos. Markeringen zijn er ook niet of
nauwelijks. Omkeren of het alternatief nemen zijn geen opties meer. We volgen
grofweg het stroomdal die de meertjes aan elkaar verbindt. Na de Pas de
Ferradura komen we niemand meer tegen. We gaan om het eerste meer heen via grote
granietblokken, dit gaat moeizaam en duurt lang. Het tweede en derde meer komen
dan we vrij snel in het zicht maar het bereiken van het derde meer is weer een
hele toer. Gemakkelijk is het allemaal niet maar avontuurlijk wel. Na een lange
dag vinden we een bivakplaats aan de noordzijde van het laatste meertje. Als de
tent staat, we een frisse duik hebben genomen en genieten van ons bakje koffie
en thee zijn de moeilijkheden alweer verleden tijd. Het is een van de mooiste
bivaks tot nu toe.
"Go the extra mile, it's
never crowded"
(Dr. Wayne Dyer)
Siësta.
De volgende dag dalen we af naar het dal van Riu de Marimanha. We zien zowaar
steenmannetjes die ons zonder veel problemen de weg wijzen. Bij Cabana de
Marimanha is het pad zelfs duidelijk te zien richting Bòsc de Marimanha.
Eindelijk ontspannen lopen in overzichtelijk gemakkelijk terrein. Meters maken!
Het landschap is open en overzichtelijk. Een glasheldere beekje slingert erdoor
en er staat een grote kudde koeien. In het bos komen we zelfs andere wandelaars
tegen. We gaan richting onze laatste bergpas, Port d'Aula, naar Frankrijk via
het dal van La Noguera Pallaresa. In dit dal liepen we ook al op de route van
Pass'Aran. De weg moeten we wel een aantal kilometers delen met mtb-ers en
automobilisten, da's jammer. Het is warm en stoffig. Als we de parkeerplaats
Borda de Perosa op 1467 meter bereiken zijn we niet echt enthousiast om meteen
aan de klim naar Port d'Aula te beginnen. Het gaat om 800 hoogtemeters en het is
bloedheet. We gaan net als de Catalanen voor een urenlange siësta aan La
Noguera Pallaresa. Even in het riviertje afkoelen en in de schaduw wat eten en
drinken, zo doen de locals dat hier, daar kunnen we nog iets van leren. Aan het
eind van de middag beginnen we aan de laatste klim in de verzengende hitte met
twee liter vers water uit La Noguera Pallaresa in de rugzak. Afgezien van de
hitte is de klim naar Port d'Aula nergens moeilijk, al is het vinden van de
roodwitte markering van de TRF soms lastig. Halverwege, als we de Barranc del
Port d'Aula oversteken, moeten we al nieuw water filteren. Reese staat er al
even te wachten, normaal gesproken moet ze bij ons blijven maar in dit
overzichtelijke gebied mag
ze een stukje vooruit om er een koude halve liter in
te gooien. Aan de Franse zijde willen we nog één keer bivakkeren. Zowel het
Estanh de Prat Matau als het lager gelegen Étang d'Areau lijken niet geschikt,
er stroomt niet zichtbaar water in of uit. Étang d'Areau lijkt bovendien groen
de algen. We dalen iets verder af over de GR10 richting Cabane d'Arreau. In het
land stroomopwaarts van de beek bivakkeren we op 1800 meter vlakbij de bron van
de beek, een sterke stroom ijskoud water die uit het niets de berg uitkomt. Een
paar meter stroomafwaarts ligt een kadaver van een ree, da's jammer maar wij
tappen rechtstreeks bij de bron. Het is wel weer een bevestiging dat filteren
noodzakelijk is. 's Nachts is het muisstil, we liggen dit keer niet vlak aan een
kabbelende beek. Op zich niet erg tenzij je midden in de nacht tot twee keer toe
wordt gewekt door vreemde schreeuwen. De eerste lijkt een vogel te zijn, het
geluid komt van bovenaf, neemt toe en ebt langzaam weer weg nadat ie over
vliegt. De tweede keer lijkt er iemand vlakbij de tent te
staan die opeens hard
schreeuwt. Om je dood te schrikken; wat een ijzingwekkend geluid, we zitten
alledrie meteen rechtop en staan op scherp. Het geluid gaat door merg en been.
Er volgen nog een paar luide schreeuwen die gelukkig ook steeds verder weg
klinken. Zeldzaam, zo geschrokken! (waarschijnlijk was de eerste een uil en de
tweede een vos, na raadpleging Google). De laatste dag hoeven we alleen nog krap
1200 meter af te dalen naar Couflens. Het is onbewolkt en warm, we pakken vroeg
in, de Franse mist is er ook weer. De dalen zijn geheel gevuld. Na Col de Pause
op 1527 meter duiken wij er ook in, het is wel verfrissend eigenlijk. We volgen
de GR10 naar Couflens, afwisselend over landweggetjes en bospaadjes door een
paar gehuchten. De laatste kilometers lopen we onder het wolkendek, de zon zien
we niet meer terug, die is in het hooggebergte gebleven. De zesde etappe is maar
een paar uurtjes, maar na vijf enerverende dagen zijn we best vermoeid en blij
dat we met de California naar een camping kunnen voor een warme douche. Ook 'Les
Deux Saveurs', het restaurant in Seix bezoeken we diezelfde avond nog een keer,
da's wel even wat anders dan Real Turmat voedsel.
Zesdaagse tocht Couserans - Alt Pirineu.
Dag 1.
[P] Couflens 723 m - D3 Salau 876 m - Peyrots parkeerplaats- Cascade de Léziou
1096 m - Cabane de Pouill -Cabane de La Lanne 1844 m - Cabane met bron 2000 m.
Dag 2.
Cabane met bron 2000 m - Port Salau 2087 m - 1402 m - Refugi del Fornet 1374 m -
1343 m - Alós d'Isil 1273 m - Bordes de Moredo - Barranc de Moredo.
Dag 3.
Barranc deMoredo - Collada del Clot de Moredo 2430 m - Refugi Airoto Gràcia
2194 m - pas op 2361 m - Estany Superior del Rosari - Plans d'Isavarre - Estany
de Garrabea 2180 m.
Dag 4.
Estany de Garrabea 2180 m - Forqueta d'Àrreu 2414 m - Circ de Bacivèr 2190 m -
Estanys de Bacivèr - Pas de Ferradura 2577 m - Lacs de Marimanha - laatste meer
op 2270 m.
Dag 5.
Lacs de Marimanha, laatste meer op 2270 m - Cabane de Marimanha 2003 m - Bosc de
Marimanha - dal Noguera Pallaresa 1600 m - Borda de Perosa 1467 m - Port d'Aulà
2262 m - Étang de Prat Matau 2138 m - 1982 m - GR10 Étang d'Areau 1885 m -
richting Cabane d'Arreau - bron van de beek ca 1740 m.
Dag 6.
bron van de beek ca 1740 m - Cabane d'Arreau 1693 m - GR10 Col de Pause 1527 m -
La Serre - Couflens 723 m.
Campings:
Camping Municipal La Grange, Sentein
Camping Le Haut Salat, Seix
Kaarten:
Couserans - Val d'Aran
Pyrénées 06
Schaal 1:50.000
Aulus-les-Bains, Mont Valier
2048OT
Schaal 1:25.000
Alt Pirineu
Parc Natural de l'Alt Pirineu
Schaal 1:50.000
Gidsen:
Niet nodig voor de beide meerdaagse tochten, wel leuk om de dagtochten in de
buurt te bekijken. Sommige overlappen de meerdaagse tochten.
Rother Wanderführer
Pyrenäen 2
Französische Zentralpyrenäen
Arrens bis Vicdessos
Rother Wanderführer
Pyrenäen 3
Spanische Ostpyrenäen
Val d'Aran bis Núria
App:
Locus Maps Free.
Deze gratis app blijft verbeteren. Zeer gedetailleerd en makkelijk in gebruik.
Routes maken op de smartphone in een handomdraai, verdwalen is praktisch
onmogelijk.
[ klik hier voor alle foto's op één pagina ]
Pass'Aran, eerste zesdaagse rondwandeling Couserans - Val d'Aran.
tweede zesdaagse rondwandeling Couserans - Alt Pirineu