" Dogs have boundless enthusiasm but no sense of shame. I should have a dog as a life coach"
Moby

Frankrijk, Bretagne augustus 2023


Korte wandelingen. 
Het is zomer 2023. Onze Fay is 5 maanden oud. Lange wandelingen zijn voorlopig niet aan de orde. We kiezen ervoor om dagelijkse korte wandelingen te maken al of niet gecombineerd met een fietsrit. Stadswandelingen afgewisseld met stukken van de Bretonse GR34 aan de kust. Bretagne dus, want daar hebben we hele fijne ervaringen mee. De GR34 langs de Bretonse kust is heel lang. In 2019 liepen we hier al een zevental mooie stukken van aan de Côte de Granit Rose en de schiereilanden Presque'île de Crozon en Presque'île Cornouaille. Nu gaan we om te beginnen voor de Côte d'Émeraude in het noorden, daarna zien we wel wat we doen. Voor Fay is het allemaal nieuw, we kijken van dag tot dag hoe ze reageert. Ons California campertje is in ieder geval vertrouwd, daar is ze al mee uit Noorwegen gekomen. 

Normandië.
30 jaar geleden zijn we voor het eerst aan de wandel gegaan, met een oude Opel Kadett reden we naar Honfleur in Normandië. Heel betrouwbaar bleek de Kadett altijd niet, toen de startmotor begon te haperen besloten we alles te voet te gaan doen want opgelicht worden in een Franse garage, dat kon Bruin niet trekken. Zo kwamen we op wandelpaden waarvan we niet wisten dat ze bestonden en de besmetting met het wandelvirus was een feit. Nu zijn we 30 jaar verder, we gaan Honfleur opnieuw bekijken. We beperken ons tot de stadskern met het haventje; een paar kilometer wandelen slechts. Het is heel erg druk, voor de socialisatie van Fay helemaal niet verkeerd. Een reuzenrad, een draaimolen, een toeristentreintje, volle terassen en volop activiteit bij de vissersbootjes. Veel te zien en te horen; een uurtje Honfleur is best (in)spannend. We rijden door naar Bretagne. 

Dol-de-Bretagne. 
We strijken neer op camping de la Cité d'Alet vlak bij Saint-Malo. Fay's eerste avontuur is een stadswandeling door Dol-de-Bretagne, een van "Les Petites Cités de Caractère de Bretagne." Er zijn 27 van deze karakteristieke stadjes in Bretagne. We gaan er wellicht nog een paar bekijken. Dol-de-Bretagne is gemakkelijk bereikbaar met de auto vanuit Saint-Malo. Bij het Office de Tourisme tegenover de kathedraal kopen we voor 50 cent een plattegrondje van het centrum. De medewerker van het toeristeninformatiecentrum geeft aan door welke straatjes we moeten lopen, ze vergeet alleen te melden dan er een stuk is afgesloten bij de kathedraal. We maken ter plaatse een route op de smartphone langs de kathedraal, door het park langs de oude stadsmuren en door de winkelstraat met oude panden en vakwerkhuizen. De prijs van het ijsje bevestigd dat Dol-de-Bretagne heel toeristisch is, alhoewel parkeren toch gratis kan.

Saint-Malo.
We willen de vestingstad, cq. piratenstad Saint-Malo verkennen met een stadswandeling welke we downloaden op Reisroutes.nl. De stad was berucht als piratenstad. Engelse en Nederlandse schepen waren vaak het doelwit. Er ligt een replica van een piratenschip in de haven voor Porte Saint-Louis. Vanaf camping de la Cité d'Alet is het nog geen drie kilometer naar Saint-Malo Intra Muros, zoals het ommuurde deel heet. Letterlijk betekent het binnen de muren. We hebben al gezien dat het heel druk is met auto's dus we pakken de fiets met aanhanger voor Fay. Ze heeft de fietskar thuis al een poos kunnen bekijken zonder wieltjes, een prima hondenhokje vind ze het. Ook voor de eerste keer als aanhanger achter de fiets vind ze het geen probleem. Parkeren is een stuk makkelijker dan met de auto. We beginnen onze stadswandeling bij Porte Saint-Louis bij het piratenschip. Via de machtige stadswallen lopen we de stad rond met de klok mee. Links het water met eerst de havens en de vuurtoren aan het eind van een lange pier en in de verte, aan de overkant van de baai, de stad Dinard. Rechts altijd de hoog oprijzende gevels van de binnenstad. Bij Cavalier des Champs-Vauvert zijn de eilandjes Grand Bé en Petit Bé met het gelijknamige fort goed te bewonderen. Bij laag water zijn ze te voet bereikbaar net als het Fort Nacional wat nu ook een echt eiland is. Indrukwekkend is het zeker, druk ook; Fay maakt van alles mee. Het grootste deel van de wandeling gaat over de vestingmuren maar we krijgen ook de binnenstad te zien met heel veel terassen, stands met kunstenaars en schilders -die je ter plaatse willen tekenen of schilderen- en de Cathédrale Saint-Vincent de Saint-Malo. Een 2,7 kilometer lange -of beter gezegd- korte wandeling met nog zeker 1000 anderen.

Léhon.
Het stadje Léhon ligt tegen het grotere Dinan en is één van de Petites Cités de Caractère. We gaan het te voet verkennen. Om op de parkeerplaats te komen rijden we door smalle steile straatjes langs Abbaye Saint-Magloire de Léhon. Het is meteen duidelijk dat het een fraaie route gaat worden. Het abdij met de binnentuinen zijn prachtig. We lopen via het fotogenieke straatje Rue du Bourg door tot de eveneens fotogenieke stenen bruggetje over het riviertje La Rance. Onze route gaat langs La Rance en dan door het bos omhoog naar de ruïne van Château de Léhon. We dalen aan de andere zijde af en via Rue de l'Abbaye zijn we alweer terug bij de abdij. Een kort rondje maar meer dan de moeite waard. Eigenlijk willen we ook nog een kijkje nemen in Dinan zelf. Per fiets met hondenkar rijden we langs La Rance naar Dinan. We houden het bij een heel kort stukje wandelen. Voor een serieuze stadswandeling door Dinan is Fay nog veel te jong, we zullen ooit terug moeten, Dinan vraagt erom te worden bezichtigd.

Côte d'Émeraude.
De kust tussen Saint-Malo en Cap Fréhel heet de Smaragdkust, ofwel Côte d'Émeraude. De GR34, we gaan hem hopelijk ooit helemaal lopen, passeert natuurlijk ook deze kust. Volgens de ANWB is de Côte d'Émeraude zeer bezienswaardig. Wij willen dat met eigen ogen zien. We verkassen naar camping du Cap Fréhel. Tussen Cap Fréhel en Fort La Latte ligt een mooi traject van de GR34. Het gaat om pakweg 5 kilometer kustpad. We willen dit gaan lopen in 2 etappes omdat het voor Fay niet te zwaar mag worden. Rondom de vuurtoren op Cap Fréhel ligt ook nog een kort rondje om te wandelen. Drie dagen wandelplezier dus maar vandaag gaan we fietsen met Fay in de aanhanger. We hebben een route van 30 kilometer gemaakt langs een supermarkt en door een paar kleine stadjes. De route gemaakt in Strava gaat helaas ook even via een mtb route en Google deelt nota bene de mening van Strava. Een zeer steile afdaling, het oversteken van een beek over een smalle balk en een heel steil klimmetje over een smal pad. Met hybride fiets met hondenkar niet te doen. We lopen dit stuk en tillen de uitrusting over de beek. Fay vind het ook spannend allemaal. We krijgen nog wel hulp van een Fransman, hij grijpt resoluut het stuur en trekt ons naar boven! In Plurien parkeren we de fietsen en maken een korte wandeling rond de kerk. In Fréhel doen we hetzelfde maar we picknicken er ook bij in het gras bij de kerk. De plaatselijke boulangerie verzorgd de maaltijd. Fay heeft een portie brokjes in haar zogenaamde snuffelmat mee. Heerlijk ontspannen en de fietstocht via Cap Fréhel terug naar de camping is prima, geen mtb praktijken meer.

Léhon 
Overdag is het op Cap Fréhel net een mierenhoop, het wemelt er van de toeristen. De parkeerplaatsen staan bomvol auto's en ook langs de wegen staan ze in rijen in de berm. De drukste tijden zijn rond het middaguur en rond drie uur zegt men. De locals adviseren dan ook om 's avonds Cap Fréhel te bezoeken; veel rustiger en mooier licht. We stappen daarom rond half zeven op de fiets en met Fay in de aanhanger peddelen we rustig naar Cap Fréhel. We gaan een rondje wandelen van ruim twee kilometer. Ook nu is het nog best druk, het is onbewolkt terwijl eerder vandaag de Cap in mist was gehuld, daar hebben we geluk mee. Het avondlicht is inderdaad erg fraai, we lopen een stuk GR34 en een lus naar het eind van de landtong waar een kleine vuurtoren staat. De grote vuurtoren staat meer landinwaarts. De meesten lopen rechtstreeks van de parkeerplaats naar de torens, de stukjes GR34 zijn nog enigszins rustig te noemen. We gaan wel een keertje terug als Fay serieuze afstanden mag lopen. 

De vijf mooiste.
Mooist dorpjes, haventjes, vuurtorens; er zijn veel lijsten te vinden met 'de vijf - of meer - mooiste' in Bretagne. Port de Dahouët is één van de mooiste haventjes in Bretagne volgens zo'n lijst. We downloaden een wandeling van zo'n drie kilometer rond en langs deze haven. Het blijkt een gemarkeerde route te zijn: we volgen de blauwe markeringen en vele houten bordjes met 'Promenade de la Guette'. We starten bij Etang du Moulin à Marée, een gezellige bedoening met een miniatuur haven en bootjes voor kinderen compleet met eiland en vuurtoren. Via Chapelle de Dahouët lopen we door het stadje naar het strand. Dieren niet toegestaan op het strand in de zomer staat er overal aangegeven. Hoog boven de strandjes over mooie paden, waar Fay lekker los kan lopen, wandelen we naar Corps de Garde de La Guette waar we in de schaduw even pauzeren. Het is de warmste dag tot nu toe en het uitzicht mag er zijn. We vervolgen onze wandeling naar het monument Oratoire Notre-Dame-de-La-Garde. De haven van Dahouët komt dan alweer in het zicht. Om nog wat langer te genieten strijken we neer op het terras van La Voile. Verderop trekken de antiek en brocante winkels nog de aandacht voordat we ons rondje voltooien.

Moncontour.
In de lijst met karakteristieke stadjes, Petites Cités de Caractère, scoort Moncontour hoog bij ons na het lezen van de tekst. Het regent en een wandeling op de GR34 op Cap Fréhel in de miezer trekt niet echt, mede omdat we erbij moeten fietsen. Met de camper het binnenland in en hopen dat het daar droog is of wordt. We worden op onze wenken bediend want na een ritje van 45 kilometer is het aangenaam weer in Moncontour. Eerst gaan we een boswandeling maken langs Rousseau de l'Étang de Prioux met een drietal kleine meertjes. De eerste is omheind en liggen in een soort park. Fay vind het bospad fantastisch, ze laat zich nog niet gemakkelijk fotograferen. Eigenlijk willen we alleen rond het eerste meertje maar het geplande pad ontbreekt, het tweede en derde meertje liggen niet veel verder dus niet getreurd, we lopen iets verder door waar wel een pad is. Langs de andere kant van Rousseau de l'Étang de Prioux lopen we terug richting het stadje. We naderen de stadskern van Moncontour via Rue de l'Aire Damas, de huizen zijn er gezellig aangekleed met veel kleurrijke bloemen en accessoires als hekwerken en bistrosetjes. Als dit de voorbode is beloofd het nog wat. Chapelle Saint-Michel staat bij de begraafplaats. Binnen staat een schoenendoos met een sleufgat erin, deze doet dienst als collectebus. We lopen daarna de meeste straatjes in het centrum; trappen, steegjes, veel bloemen, fraaie muren met urnen, bijzondere uithangborden, portalen met mooie deuren, vakwerkhuizen, ommuurde binnenplaatsjes.. noem het en het is er te vinden. De Église Saint-Mathurin de Moncontour staat temidden van als deze pracht. Weer zo'n aangename wandeling door een bijzondere middeleeuwse stadje en niet heel erg druk met toeristen.

GR34.
De volgende dag is het weer prima voor een dat kustwandelingetje over de GR34. We zetten onze fietsen halverwege het GR traject tussen Cap Fréhel en Fort La Latte aan de asfaltweg. Via een pad zouden we dan vanaf de GR34 naar de weg moeten kunnen lopen. We waren even bang dat het pad niet of slecht begaanbaar zou zijn of dat het wellicht helemaal niet te vinden zou zijn maar de vele auto's en campers verraden dat het veel belopen wordt. De camper parkeren we op Cap Fréhel en we beginnen aan het kustpad richting Fort La Latte. We zijn duidelijk niet de enigen met dit goede idee. In beide richtingen wordt het pad veel belopen. Er staan overal draden op kniehoogte in een poging de mensen op het pad te houden, dat lukt niet altijd. De kustlijn met diepe afgronden is erg fraai en is goed voorzien van gele Gaspeldoorn, paarse Heide, witte Blaassilene, groene varens en hier en daar wit toiletpapier. Na krap drie kilometer treffen we het pad naar de fietsen, slechts 2,5 km trappen terug naar de camper op de inmiddels volle parkeerplaats op Cap Fréhel. We twijfelen ernstig of we deel twee van de GR34 maar Fort La Latte wel gaan lopen, het is wel heel erg druk.

Eb.
Niet ver van Erquy ligt Îlot Saint Michel met Chapelle Saint-Michel. Îlot betekent 'klein eiland' en dat is het ook; prachtig gelegen een paar honderd meter uit de kust en bij eb te voet bereikbaar. Voor Fay een prima wandeling en om het voor ons ook uitdagender te maken knopen we de aanhanger weer achter de fiets en rijden vanaf camping du Cap Fréhel langs de kust naar Sables d'Or les Pins. Volgens de geplande route kunnen we hier zo de baai van L'Islet oversteken, enkele ruiters te paard doen dat ook maar het is ons echt te diep. We maken een omweg en onze navigatie stuurt ons vervolgens een bergpad op waar we ook voor passen. De omweg wordt nog iets groter maar we komen droog en heelhuids aan bij het startpunt van de wandeling, niet geheel onbelangrijk. Bij Plage Saint Michel is duidelijk het pad naar het eiland te zien. Van tevoren hebben we de waterstanden gecheckt. De app Tidechart is erg handig. Vandaag is het om 12:22 laag water en om 18:22 hoog water. We staan rond het middaguur gereed voor de korte tocht naar het eilandje. Vanaf het strand ziet het er prachtig uit; het kleine kapelletje staat fier op het hoogste punt van het eilandje. Fay kan op het strand mooi even los lopen - lees rennen - ze gaat helemaal los. We zijn niet de enige wandelaars, vervelend druk is het echter ook niet. Het 'pad' loopt over grote kiezelstenen recht naar het eiland. Sommige mensen lopen op slippers. Nog een tiental meters stijgen en dan staan we bij de kapel. Een foto van de kapel zonder toeristen is lastig. Qua terrein is het een mooie oefening voor Fay, dit soort bergpaadjes gaat ze hopelijk nog heel veel lopen. Deze wandeling hebben we alvast in de pocket. Verderop, achter het stadje van Asterix ligt Cap d'Erquy. Het schijnt dat het stadje Erquy model heeft gestaan voor het Gallische dorpje uit de verhalen van Asterix en Obelix. We fietsen er naartoe. Borden met 'route barrée' worden door de fietsers genegeerd. Wij rijden ook door, Fay kan die extra kilometers echt niet lopen. Een rondje lopen over Cap d'Erquy van een kilometer is genoeg. Halverwege nemen we een uur pauze, Fay neemt een powernap, dat heeft ze nodig want ook rijden in de aanhanger is soms best spannend dus vermoeiend voor het jonge hondje. De terugweg gaan we via binnenwegen maar niet voordat we een heerlijke galette hebben gescoord in Erquy. De navigatie stuurt ons over een zeer steil pad over een camping maar we stranden voor een hek; een extra krachtsinspanning voor niets! Via Plurien fietsen we daarna over het heerlijk rustige Franse platteland, zonder verrassingen, naar Plévenon, de camping is dan nog maar één klimmetje verwijderd. Na 40 km fietsen met aanhanger zijn de beentjes er ook wel klaar mee. Een lange dag met veel afwisseling, genieten!

Côte de Goëlo. 
Een dag met grote kans op regen leent zich goed voor het zoeken naar een nieuwe camping. Ons oog is gevallen op de kleine camping Traou Mélédern in het stadje Pontrieux. Naast een Cités de Caractère de Bretagne is Pontrieux ook Cité Fleurie met maar liefst een score van 4, succes verzekerd. We nemen de reisdag, al is het niet eens zover, meteen een dagje rust. Een kort verkennend rondje op de fiets door Pontrieux is het, we zijn net niet voor de bui terug. De volgende dag is het weer prima, we gaan voor een lange fietsrit naar een rommelmarkt in Ploubazlanec. Een route over de kleine rustige landweggetjes maken we met Locus Maps. In deze app is veel beter te zien hoe we de grotere wegen en mtb routes kunnen vermijden. Via de haven van Pontrieux rijden we naar Quemper-Guézennec, dan langs Paimpol naar Ploubazlanec. Hier is het doodstil, er is geen rommelmarkt in ieder geval. De markt is blijkbaar in Loguivy de la Mer, een paar kilometer noordelijker aan de kust. Die extra kilometers kunnen we hebben, we zijn er bijna. Fay gedraagt zich keurig in de aanhanger. De rommelmarkt is vrij klein maar de locatie is van buitengewone schoonheid; aan de haven van Loguivy de la Mer. Voor de kust liggen meerdere eilandjes van verschillende grootte, sommigen met vuurtoren. We zijn hier aan de Côte de Goëlo. Minder hoge kliffen dan de Côte d'Émeraude maar minstens zo indrukwekkend. Het is eb, we kunnen de bootjes op het droge mooi bewonderen en Fay kan lekker los lopen en rennen. Ze vermaakt zich prima, het leukste is om door de blubber te rennen. Het dichtstbijzijnde eilandje met vuurtoren is te voet bereikbaar, we nemen er een lange pauze maar moeten verkassen als het hoog water wordt, het gaat razendsnel en in no time is met droge voeten de veilige haven halen bijna onmogelijk. Andere toeristen moeten zelfs blootsvoets oversteken. Fay ook, ze vind het best spannend maar rent erdoor. Met een aangepaste fietsroute gaan we weer richting Pontrieux. De gehuchten waar we doorfietsen klinken niet Frans met namen als Kerandon, Kerloury, Kergrist, Crec'h An Tillen, Keroearn, Lezlec'h en Kermenac'h. De Keltische invloed is hier al meer dan op de iets oostelijker gelegen Cap Fréhel. Na een fietsrit van ruim 50 kilometer, met een paar flinke klimmetjes, zijn we weer in Pontrieux. Het is 15 augustus en er is feest; 'Fête de lavoirs.' Vooral de traditionele volksmuziek is prima, we kunnen er nog de hele avond van genieten. Nog meer Keltische en Schotse invloeden van de Bagad, de traditionele Bretonse bands met doedelzakken, afgeleid van de bekende Schotse variant, prachtig. Het vuurwerk rond middernacht vind Fay niet geweldig maar is wel een mooie training. 

Le Trieux. 
Vanaf de camping is gemakkelijk het bospad langs het riviertje Trieux op te pakken. Fay wandelt 's ochtends in die richting. Een stukje stroomopwaarts staan een paar molens op de wandelkaart. Voor de afwisseling fietsen we een paar kilometer om daarna het pad langs Le Trieux te gaan lopen. Vanuit Pontrieux gaat het wel heel steil omhoog naar Quattre Vents, ontspannen naar het beginpunt van de wandeling fietsen is er niet bij. Pontrieux ligt aan Le Trieux, onze geplande wandeling ook, dus we voelen 'm aankomen, we dalen net zo steil weer af naar Le Trieux in de wetenschap dat we dit straks in tegengestelde richting moeten fietsen. De wandeling door de schaduwrijke bossen langs Le Trieux is kort maar fraai, van de molens is niet veel te zien. Pontrieux zelf gaan we ook bezichtigen. Tegen de avond wandelen we vanaf camping Traou-Mélédern naar het centrum van het stadje. Misschien zijn onze verwachtingen te hoog gespannen maar eigenlijk valt het een beetje tegen. Wellicht speelt ook de drukte met auto's een rol die allemaal door het smalle straatje van het centrum moeten en over de centrale brug gaan. De brug, die rijk voorzien is van bloemen, verbind het Place de la Liberté aan de westkant met het Place Yves de Trocquer aan de oostkant. Het uitzicht vanaf de brug over Le Trieux met de 'lavoirs' mag er zijn. Pontrieux staat bekend om zijn vele wasplaatsen (lavoirs). Twee roeibootjes liggen voor anker en doen dienst als bloembakken. Dat moet gezegd; ze doet hun uiterste best er een kleurrijk geheel van te maken. La Tour Eifel, het blauwe vakwerkhuis op Place Yves de Trocquer, is het hoogtepunt wat ons betreft. We missen een beetje de middeleeuwse sfeer zoals in Moncontour bijvoorbeeld. 

Wadlopen.
De Côte de Goëlo heeft indruk gemaakt, we gaan ons weer verplaatsen naar de kust. Ten westen van Loguivy de la Mer heet de kust Côte de Granit Rose. In 2019 liepen we hier twee drukke dagtochten van Rother, één bij Plougrescant en één bij Trégastel. Tussen deze beide wandelingen ligt een heel stuk onbekende kust. We gaan deze verkennen. Camping de Buguélès ligt direct aan de kust. Een heerlijk rustige Municipal camping, spotgoedkoop en geen fratsen. Voor de kust liggen een hele serie eilandjes welke bij eb gemakkelijk bereikbaar zijn. Om 14:10 uur is de laagste waterstand. We lopen om 12:00 uur al weg, met proviand in de rugzak. Fay vind een dode krab en neemt 'm mee voor de zekerheid, horeca is er natuurlijk niet vandaag. Via Île Balanec, waar nog een woonhuis op staat ook, gaat het 'pad' richting Île Illiec, ook met een huis erop. Een soort dijk, Le Banc de Galet, verbind de eilandjes met elkaar. Fay komt een soortgenootje tegen, een Bretonse Spaniel denken we. De twee gaan helemaal los, er is volop ruimte om even achter elkaar aan te jakkeren. De eilandjes zijn prachtig, hier wonen moet wel heel bijzonder zijn: alleen bij laag water te bereiken. We nemen een hele lange pauze halverwege. Fay heeft naast het wandelen al gespeeld met die andere malle spaniel en ze rent solo ook over het wad. Ze kan de hele tijd loslopen en wordt helemaal blij van het kletsnatte terrein. Het grijze slik is goed te zien én te ruiken in haar lange vacht. Het landschap is ook nog eens bezaaid met tandpastahoopjes (uitwerpselhoopjes) van de wad- of zeepier. De Côte de Granit Rose is schitterend en op deze plaats erg rustig. In 2019 liepen we twee populaire wandelingen in het voorjaar, toen was het erg druk maar hier..... heerlijk rustig en dat in het hoogseizoen. 

Tréguier. 
Vanaf camping de Buguélès is het 10 kilometer fietsen naar Tréguier, één van de Cités de Caractère de Bretagne. Met kans op regen in de namiddag vertrekken we op tijd. Het is mooi fietsen over het Bretonse glooiende landschap, soms een stuk steil klimmen, da's gezond zullen we maar zeggen. De heenweg rijden we via Plouguiel. Rivier Le Guindy, tussen Plouguiel en Tréguier steken we over via de fraaie loop- en fietsbrug Passerelle Saint-François, dat is niet wat de navigatie wil maar wij zijn toch echt de baas. Het water staat hoog, aan beide zijden van de brug spiegelen de oude gebouwen mooi in het water. Er volgt een lastig smal bospad. Bij een stop voor foto's daagt Fay een Engels Tackeltje uit, de twee bouwen even een feestje. De haven is niet ver meer, daar parkeren we de fietsen en beginnen onze stadswandeling door Tréguier. Rue Ernest Renan, Maison Natale de Ernest Renan (het huis van de schrijver en filosoof Renan), Place du Martray met Cathédrale Saint-Tugdual, Rue Saint-Yves, monument Calvaire de Réparation bij Parc de la Baronnais; dat zijn de hoogtepunten die we opnemen in onze route. De Rue Ernest Renan met de vakwerkhuizen in verschillende kleuren spreekt het meest tot de verbeelding, de kathedraal is vanzelfsprekend ook fraai. 2,5 kilometer kijkplezier in het oude centrum van Tréguier. Er rest ons nog 12 kilometer fietsen via de supermarkt in Penvénan. Hoogtepunt op deze fietsroute: Viaduc de Kerdéozer net buiten Plouguiel, een oude spoorbrug uit 1906 die tot 1949 als zodanig dienst deed. Nu is het een fietsbrug en waar ooit het spoor lag ligt nu een gravel fietspad, heerlijk rustig, weinig bochten en aardig vlak.

Côte de Granit Rose. 
Een lange fietsrit langs de Côte de Granit Rose met enkele korte wandelingen is de volgende geplande trip. We stappen op de fiets op camping de Buguélès, onze route vermijd zoveel mogelijk de grotere wegen. De zeeinham Anse de Pellinec steken we over via Passage de Pellinec. Omfietsen zou een heel eind zijn. Als we er aankomen staat het water nog te hoog, een Fransman verzekerd ons dat we het rustig kunnen afwachten, het waterpeil zakt snel. Terwijl wij wachten kan Fay zich uitleven in het ondiepe water van Passage de Pellinec. Ze rent heen en weer, zich afvragend waar wij op wachten. 30 minuten is onze wachttijd, het water is dan nog 15 cm diep. Port Blanc is niet zo ver meer, er wacht alweer een rommelmarkt. Aan de hele Boulevard de la Mer zijn allerlei snuisterijen uitgestald, we wandelen de markt over, ook langs La Sentinelle; een piepklein kapelletje boven op een rost aan de kust. De fietsrit is bepaald niet vlak, er zitten een paar pittige klimmen in. Bij Port le Goff ligt een korte wandeling rond La Roche Branlante. Hier parkeren we de fietsen voor een koffiepauze met rondwandeling. Fay ontmoet er twee reuzen van greyhounds, reuze interessant vind ze ze. We fietsen zo dicht mogelijk langs de kust maar dat lukt niet bij Keravel. Via Trévou- Tréguignev fietsen we naar Trélévern en Port l'Epine, waar het eiland Île Tomé wel heel fraai te zien is, en verder naar Louannec. Door het binnenland fietsen we terug via Kerhuado, Le Creiou, La Gare en Pen Prat tot het meertje Étang de Boisriou. Dit meertje gaan we rondwandelen. Een mooi bospad is het, soms wat bagger en de oversteek van de beek halverwege is nog best een uitdaging. Fay vind vooral de Dalmatiër die we tegenkomen erg leuk. Na Saint Guénolé fietsen we onder Penvénan door via Kercoadou naar Buguélès. Ook deze fietsroute is weer een aaneenschakeling van fraaie gehuchten. Het binnenland van Bretagne mag er zijn alhoewel de kust toch wel als een magneet werkt.

 

kaart1.png (113907 bytes)

Campings:

Camping de la Cité d'Alet
All. Gaston Buy, 35400 Saint-Malo.

Camping du Cap Fréhel
D34A, 22240 Plévenon.

Camping Traou-Mélédern
10 Rue de Traou Meledern, 22260 Pontieux.

Camping de Buguélès
Rue de Crech Kerdouare, 22710 Penvénan.


Apps:

Locus Maps met een aantal gedownloade gpx files.

De gelopen (korte) routes:

Stadswandelingen:

Honfleur
Dol-de-Bretagne
Saint-Malo
Léhon
Port de Dahouët (Promenade de la Guette)
Moncontour
Pontrieux
Tréguier
Port Blanc

Kust- en natuurwandelingen:

Rondje Cap Féhel
GR34 Cap Frehel richting Fort La Latte
Chapelle Saint-Michel (bij eb)
Cap d'Erquy
2 stukken langs de Trieux (bij Pontrieux)
Loguivy de la Mer
Crec'h Kerdouare - Île Balanec - Île Illiec (bij eb)
La Roche Branlante
Étang de Boisriou
Mont Dol

[ klik hier voor alle foto's op één pagina ]