" When I wake up every morning, I smile and say: 'thank you'. Because out of my window I can see the mountains, then go hiking with my dog and share her bounding joy in the world
"
Carole King
Spanje, Andalusië mei 2024
Senda Granadina.
La Alpujarra is een berggebied liggend tegen zuidflanken van de hogere Sierra Nevada, het gaat eigenlijk naadloos in elkaar over. Hier leefden de laatste Moren, ze waren, na de inname van Granada in 1492, gevlucht voor de Katholieke overheerser die ze met geweld wilde bekeren tot het Christendom. Nog twee opstanden volgden; in 1499 en in 1568, de eerste en tweede oorlog van de Alpujarras genaamd. Tussen 1499 en 1501 kwamen de moslims in opstand als reactie op de massale gedwongen bekering tot het katholicisme. Tussen 1568 en 1571 kwamen de Moriscos, de afstammelingen van gedwongen bekeerde moslims, nogmaals in opstand.
De Katholieke overheerser sloeg de opstanden met grof geweld neer. De Moriscos werden verdreven uit de Alpujarras. De lege nederzettingen die ze achterlieten werden ingenomen door Katholieke kolonisten. In 1609 werden uiteindelijk alle overgebleven Moriscos, zo'n 330.000 mensen, gedeporteerd uit Spanje naar ondermeer Noord Afrika. Wat een fijne wereld was het toen ook al. "We learn from history that we do not learn from history" luidt de quote van Georg Hegel, jammer maar waar. In La Alpujarra is de Moorse invloed nog zichtbaar in de zogenaamde witte dorpen, bestaand uit wit gekalkte, geschakelde huisjes met platte daken en schoorstenen lijkend op de Berberse architectuur in Marokko. De Moren legden ook irrigatiesystemen aan om de vruchbare gronden te voorzien van water afkomstig uit de hoger gelegen gebieden van de Sierra Nevada.
Ook in de gastronomie is de Moorse invloed nog aanwezig. De Senda Granadina gaat dwars door het gebied langs een serie van de witte dorpen via de GR7. Het betreft hier slechts een klein deel van de veel langere GR7 (3300 km) die van de Vogezen via Andorra naar Gibraltar loopt. Deze GR7 is dan weer onderdeel van de nog veel langere E4 van meer dan 10.000 km. In Wanderführer 'Andalusien Süd' beschrijft Rother een deel van de Senda Granadina in zeven etappes. Rother reist na elke etappe terug met het openbaar vervoer. Wij gaan het weer op onze eigenwijze eigen wijze aanpakken. Fay is nog iets te jeugdig om de Alpujarras in zeven dagen af te raffelen en Bliss is ook nog in training. Onze indeling is in eerste instantie: 9 etappes van waarbij de drie langsten circa 12 kilometer zijn. De terugweg is geen busrit maar een heuse fietstocht met aanhanger. We houden grofweg de indeling van Rother aan. Etappe 1, 2 en 3 doen we hetzelfde. Etappe 4 knippen we in tweeën. Etappe 5 is weer gelijk. Etappe 6 maken wij iets langer, want dat scheelt enorm in de fietsrit. Etappe 7 knippen we weer in tweeën. Dit is nog best uitdagend aangezien Fay en Bliss samen zeker 45 kilo wegen en met z'n tweeën in één aanhanger gaan. De rugzakken gaan in de andere aanhanger. Met deze indeling denken we dat we ook nog tijd hebben om de witte dorpen te bezichtigen. Op het beginpunt in Laroles ligt camping 'Alpujarras' op loopafstand van het dorp met onder andere twee restaurants. Hier strijken we voorlopig neer om tenminste de eerste drie etappes te gaan lopen en fietsen.
De eigenaar is zeer behulpzaam en heeft allerlei tips met betrekking tot de wandeling. Zo tekent hij op een gratis kaart die hij ons geeft de campings in die aan de route liggen. Hij verontschuldigd zich bovendien voor het miezerige weer. Aangezien de lange termijn voorspellingen prima zijn beginnen we een dagje later aan de Senda Granadina.
Laroles - Válor
De eerste etappe is gelijk aan die van Rother en gaat van Laroles via Júbar, Mairena en Nechite naar Válor. Dit laatste witte dorp is de geboorteplaats van Abén Humeya, de laatste Moorse koning die de opstand van 1568 leidde. Ergens hebben we gelezen dat de paden niet moeilijk zijn en dat dit gebied niet is te vergelijken met bijvoorbeeld de Alpen. Aangezien we gisteren met onze camper op een bergpas in de sneeuw en dichte mist hebben gereden nemen we geen risico's; we gaan op pad met dezelfde uitrusting als anders in de bergen. Ons motto is altijd: het domste wat je kunt doen is de bergen onderschatten of jezelf overschatten. De fietsen met aanhangers staan al in Válor als we de wandeling starten op camping Alpujarras. We pikken de GR7 op in Laroles. Markeringen zijn er niet en de digitale kaart is eigenlijk een must. Eenmaal op de wandelpaden kan het bijna niet missen alhoewel de markeringen ook buiten de bebouwde kom zeer karig zijn.
De Locus app heeft de gehele GR7 in kaart gebracht dus verdwalen gaat niet gebeuren. Toch vinden we het fijner als er bij splitsingen in ieder geval een markering staat, dat is vaak niet het geval. We lopen diep de vallei in van Rio de Laroles, het pad is deels weggeslagen door een lawine, het passeren van de puinhelling is even lastig. De Spanjaarden zijn niet zo actief als het gaat om markeren en onderhouden van wandelpaden. Buiten dat is het een schitterende route. Zo lopen we in Laroles en zo midden in de natuur. Er groeit en bloeit van alles langs het pad. Parroquia de San José is de eerste bebouwing die we tegenkomen gevolgd door het gehucht Júbar waar de steegjes en witte huisjes erg fotogeniek zijn.
Dit is ons eerste witte dorp op de route, Laroles niet meegerekend, wellicht kunnen we de volgende dorpen sneller passeren. Vooralsnog maken onze camera's overuren. Volgende bestemming is Mairena, een veel groter dorp en ook weer de moeite waard. We beperken ons tot de GR7, alle straatjes bekijken is geen beginnen aan. Bij het verlaten van de bebouwde kom beginnen ook hier weer meteen de wandelpaden. Auto's komen we niet tegen bij het verlaten van de dorpen. Olijven, vijgen, amandelen, citroenen, mandarijnen en sinaasappels; het hangt hier gewoon in de bomen langs de GR7. Op de grond groeit ondermeer Zee-Slangenkruid, Lathyrus, Pekklaver, Leeuwenbek en Gele Kamille. Bij de witte Kamille variant twijfelen we, waarschijnlijk is het Roomse Kamille, ervan uitgaand dat ook deze verplicht is bekeerd in 1491. We moeten over een stuk land waar zeker 6 (waak)honden staan te blaffen, we horen ze al een kwartier. De meesten staan aan een ketting, twee jonkies lopen los. We ontwijken ze met een ruime boog maar de pups zijn erg nieuwsgierig en volgen ons een paar honderd meter. Rio Nechite komt precies op tijd, Fay en Bliss nemen een flinke slok. Achter een hek staat verderop een enorme hond te blaffen, hij gaat helemaal uit zijn plaat als we langs zijn hek lopen. Fay en Bliss kijken naar hem alsof ze zich afvragen wat hem bezield, wat een malloot moeten ze denken. Het dorpje Nechite wordt niet doorkruist door de GR7, we lopen er omheen. Válor is dan nog pakweg een kilometer lopen.
Voordat we het dorp in kunnen moeten we even wachten tot de herder met zijn
kudde geiten is gepasseerd, ze lopen dwars door het dorp, net zoals wij gaan
doen. Onze hondjes lopen praktisch de hele dag los, alleen in de witte dorpjes niet.
Aantal andere wandelaars: nul. De fietsrit gaat over goed asfalt, Mecina Alfahar is een dorpje dat we cadeau krijgen, niet op de GR7 maar wel op de fietstocht. Wat we niet cadeau krijgen zijn de hoogtemeters. We komen slechts één wielrenner tegen, hij moedigt ons uit volle borst aan. Hij zit in de afdaling terwijl wij op het lichtste verzet bergop trappen. Het venijn zit 'm in de staart, de laatste klim naar de camping is verschrikkelijk steil.
Válor - Mecina Bombarón.
Ook bij deze etappe houden we de tweede van Rother aan, op papier krap 12 kilometer wandelen en 10 terug fietsen. In Válor regent het en beetje, we wachten een half uurtje af. Volgens buienradar moet het straks droger worden. Voor ons op de parkeerplaats staat een oude caravan met een luik en de tekst: churreria. Een oud mannetje zonder voortanden verkoopt er churros; gefrituurde deegstengels besprenkeld met suiker. We kopen er een aantal en schuiven ze naar binnen terwijl het steeds droger wordt. Tijd om te gaan wandelen! De GR7 gaat eerst door een paar aantrekkelijke straatjes in Válor en dan over gravelpaden door een bloemenrijke omgeving en boomgaarden met olijfbomen en amandelbomen richting Yegen. Een enkele auto passeert maar men houdt goed rekening met ons. Eéntje stopt, de chauffeur wil alles weten over onze hondjes. Hij kent geen woord Engels maar met handgebaren komen we een heel eind, een aardige vent is het. We passeren Fuente de Cuesta Viñas; een bron op wel een heel bijzonder plekje, ingebouwd onder een stenen boog. Smalle bergpaadjes met veel klaprozen volgen en het witte dorp Yegen is vandaag de smaakmaker. Om het te bereiken moeten we wel een stukje over de asfaltweg maar het dorp maakt dit ruimschoots goed. "Boekendorp Yegen" noemt het zichzelf.
De Engelse schrijver Gerald Brenan woonde in Yegen van 1919 tot 1934. De GR7 gaat langs zijn huis en er is een museum van de schrijver. We pauzeren op Plaza de El Principito, een pleintje met kunst in het teken van het kinderboek 'De kleine Prins' van Antoine de Saint-Exupéry. De betonnen banken zijn in de vorm van opengeslagen boeken gemaakt in vrolijke kleuren met afbeeldingen van de prins. In het midden staat de kleine prins op zijn planeetje met zijn roos en vulkaantjes. Onze hondjes liggen in de schaduw van het planeetje. Bij het verlaten van het dorp ontvouwt zich een indrukwekkend landschap met diepe kloven en ravijnen. De rotsen zijn grijs en rood, het enige dat het pad scheidt van de afgrond is een rij stenen ingestort in beton. We lopen op een verharde weg waar een enkele auto passeert. Ermita de Montenegro, een klein kerkje, ligt afgelegen in deze fraaie bergwereld. Het gehucht Golco staat dan aangegeven op 2,5 kilometer loopafstand. De paden er naartoe zijn schitterend en eenzaam. Ook vandaag komen we geen andere wandelaars tegen. Parroquia Nuestra Señora de Gracia is het kerkje waar we een rondje omheen lopen in Golco. Een paar honden stuiven op ons af maar ze blijken banger voor ons dan wij voor hen. Naast ons pad ligt een fotogeniek irrigatiekanaal waar de hondjes lekker kunnen bijtanken. Soms zien we een geel met zwarte vogel vliegen, we denken dat het een wielewaal is maar zeker zijn we niet. Mecina Bombarón is al een poosje zichtbaar, de laatste kilometer wandelen is aangebroken. De fietsrit terug vandaag is vooral knijpen in de remmen, het gaat grotendeels bergaf terug naar Válor over asfalt zo glad als een biljartlaken. Bijzonder is dat de fietsers eigenlijk niets meekrijgen van het fraaie boekendorp Yegen buiten het plaatsnaambord. Te voet zie je echt veel meer.
Mecina Bombarón - Cádiar.
Met de fietsen in Cádiar starten we het vervolg van de GR7 in Mecina Bombarón, de geboorteplaats van Abén Aboo, neef én moordenaar van Abén Humeya. Abén Aboo leidde na de moord de laatste fase van de opstand tegen de Katholieke onderdrukker. Hij was in 1571 zelf de klos toen hij werd vermoord door zijn eigen medestrijders. Zijn lichaam werd naar Granada gebracht en in stukken gehakt. Zijn hoofd belandde in een kooi boven een poort... Oeps. Tijdens de start van etappe drie, die gelijk is aan die van Rother, zien we Mecina Bombarón eigenlijk hoofdzakelijk van boven. Het pad gaat steil omhoog en de markeringen in het witte dorp ontbreken. De route in de smartphone wijst ons de weg het dorp uit.
Het pad is eenvoudig, meestal een breed gravelpad waar ook de mountainbikers over moeten. We komen er niet één tegen. Door de boomgaarden met overwegend amandelbomen en daaronder vaak lavendel, stijgt het pad best snel. Moeilijk is het nergens, gemarkeerd is het mondjesmaat, mooi wandelen is het zeker, met heel veel geel en paars van brem en lavendel. Er vliegt een vreemde vogel langs, het zou een hop kunnen, zijn maar zeker zijn we weer niet. Het bergpad waar de GR7 daarna over gaat is gemakkelijk te missen. Er staat alleen een onduidelijke tekst op een hek waarvan de vergrendeling verrekte slecht open wil. Eenmaal op dit bergpad is het met volle teugen genieten van de prachtige omgeving.
We lopen door een echte bergwereld. Bergweiden met koeien, diepe ravijnen, omringd door serieuze bergen. Hier en daar staan gestapelde muren als omheining voor het vee. Onderin het dal stroomt de Río Grande, de afdaling er naartoe is steil maar geen probleem, ook niet voor de hondjes. De brug over de Río Grande is geheel in stijl gebouwd zoals de huizen in de witte dorpen; een houten draagconstructie met leisteen platen waarop cement is aangebracht. De oevers van Río Grande nodigen uit voor een lange pauze. Er passeert zelf een groepje wandelaars, de eerste die we treffen in drie dagen. Het dorp Bérchules is niet ver en vormt een sterk contrast met het stroomdal van de Río Grande, zo dicht bij elkaar en zo verschillend. Het maakt de Senda Granadina een heel afwisselende route. Een waakhond aan een ketting gaat als bezetene tekeer, hopelijk houdt de ketting het. Een tweede waakhond loopt los en volgt ons een stukje maar bij twee stappen in zijn richting druipt ie meteen af, de lafbek (gelukkig wel). Alcútar ligt praktisch tegen Bérchules aan, de hondjes lopen daarom een stukje aangelijnd. Tussen Alcútar en Narila gaat de GR7 door tuinbouwgebied met een aantal plastic kassen. Dit is niet het mooiste deel van de wandeling. Het pad is soms rommelig, de Spanjaarden zijn erg makkelijk als het gaat om puin of ander bouwafval; zolang het niet in de weg ligt; laten liggen. Het laatste deel naar Cádiar is de GR7 enkele tientallen meters verlegd, dat is wat verwarrend want de oude markeringen, die al schaars waren, haalt men niet weg.
Ook de nieuwe bordjes met loopafstanden naar Cádiar kloppen op enkele plaatsen niet; hoever we ook lopen, Cádiar blijft 15 kilometer volgens de bordjes. Na drie dagen lopen concluderen we: zonder smartphone met gps route sta je hier regelmatig voor aap, vooral in de dorpjes. De fietsrit van Cádiar terug naar Mecina Bombarón is pittig, het is bijna alleen maar omhoog. We halen een gemiddelde snelheid van 10 km/u niet vandaag.
Cádiar - Juviles.
Als het goed is klimmen we vandaag met lopen en dalen we voornamelijk af met fietsen. De fietsen staan in Juviles als we in Cádiar onze 4e etappe beginnen. Deze is ongeveer de helft van Rother's etappe 4. Volgens onze digitale kaarten ruim 10 kilometer, meestal klokken we met de opname in Strava iets meer. Vanuit Cádiar gaat de route over gravelpaden langs de Río Guadalfeo, het riviertje waar Fay en Bliss zo vaak ze willen in kunnen opfrissen. Aan de route staan een aantal kassen en we zien weer die irrigatiekanalen die voor de watervoorziening zorgen van de tuinbouw. Fay en Bliss gebruiken ze voor drinkwater. Dat is wel fijn in de Alpujarras, we hebben nog geen water uit de rugzak hoeven geven, de hondjes komen genoeg tegen. Bovendien heeft ieder dorp tenminste één watertappunt maar meestal meerdere. In de velden kleurt het rood van de klaprozen. Het is 20 graden en onbewolkt, dit gaat niet snel vervelen. Onderweg staan Agaves in alle maten, ook de reusachtige afgestorven exemplaren die gebloeid hebben. De afslag van de GR7 is weer onduidelijk, er staat een paal zonder bordjes.
Verderop op het juiste pad komt dan wel weer de roodwitte markering maar op de splitsing zou mooier zijn. Het dorpje Lobras ligt ongeveer halverwege de wandeling. Om er te komen doorkruisen we een onvoorstelbaar mooi berggebied met diepe afgronden. Een fantastisch bergpad om te lopen. In het dorpje pauzeren we op een soort pleintje met drinkfontein. Bij een huis aan de overzijde zit een oude man, niets te doen, gewoon te genieten van de buitenlucht. Na een kwartiertje komt ie ons tegemoet voor een 'praatje'. Hij loopt slecht, kan natuurlijk geen woord Engels maar steekt een heel verhaal af in Spaans en haalt onze hondjes aan. Van alles wat hij zegt verstaan wij niets, van alles wat wij zeggen verstaat hij niets hij hoort daarbij ook nog slecht. Google Translate op de smartphone is ook zinloos, hij kan het niet lezen geeft hij aan. Een beetje knikken en glimlachen, dat is onze communicatie. Wat zijn er toch bijzondere mensen, hij komt gewoon even buurten bij ons. Lobras is weer zo'n pareltje om doorheen te wandelen, muisstil en geen toerist te bekennen. In het 'centrum' staat nog een kerkje en een museum over de geschiedenis van muziekinstrumenten. Een vrouw komt nog enthousiast Fay en Bliss knuffelen voordat we het dorp verlaten en onze wandeling voortzetten naar Tímar; het tweede piepkleine dorpje op de route van vandaag. Twee bouwvakkers wijzen ons daar de GR7 aan. Tussen de dorpen zijn de wandelpaden schitterend. Er bloeit weer van alles in allerlei kleuren. Roze Rotsrozen, Lathyrus, Winde en Leeuwenbek, gele Heidebrem en Kamille, witte Rotsrozen, teveel om op te noemen. Vlak voor Juviles zien we nog een fraai irrigatiekanaal, Fay vind het heerlijk om erdoor te sloffen. In Juviles kiezen we voor het smalle straatje Calle Real, die loopt rechtstreeks naar Iglesia de San Sebastián en het mooie pleintje waar de fietsen staan. Vandaag zijn we weer geen andere wandelaars tegen gekomen.
We fietsen terug via Bérchules en Alcútar, waar we gisteren nog gewandeld hebben. Een paar kilometer klimmen maar dan vooral afdalen naar Cádiar. Fay en Bliss zijn al helemaal gewend aan de fietsritten en liggen naast elkaar voor het ventilatiegaasje met de oren in de wind. Vanmorgen hebben we alles ingepakt, we verkassen naar de camping in Trevelez.
Juviles - Trevélez.
Trevélez is het hoogst gelegen dorp van Spanje en is beroemd om zijn ongeëvenaarde kwaliteit van Serrano hammen. Ingewreven met zeezout drogen en rijpen ze minimaal 23 maand in de droge berglucht van de Sierra Nevada. Dénominacion de Origen deTrevélez is het keurmerk dat de hammen dragen. Er moet worden voldaan aan strenge regels betreffende het ras, voeding en afkomst van de varkens die de hammen leveren. Camping Trevélez ligt heerlijk rustig 1560 meter hoogte, het is er zeker 6 graden koeler dan Laroles. Aangezien de temperatuur stijgende is de laatste dagen vinden we dat niet erg. We nemen eerst een rustdagje.
Het volgende traject van de Senda Granadina loopt van Juviles naar Trevélez. Het is deel twee van Rother's etappe 4 en wederom ruim 10 kilometer. We beginnen op tijd om zodoende een lunch te kunnen scoren in Trevélez. Bijkomend voordeel is dat het in de ochtend heerlijk koel is. In Juviles zijn zoals verwacht geen markeringen voor de GR7 aangegeven. Bij Aberca de Juviles is het even zoeken naar het juiste pad maar eenmaal gevonden kan het niet missen. Volgens onze digitale kaart in de Locus app gaat de klim van 300 hoogtemeters over een pad door 'veeleisend terrein'. Het is zeker niet het moeilijkste deel wat we tot nu toe hebben gelopen. Het is stijgen over een bergpad, niet meer dan dat. De bloeiende planten ontbreken hier, we zien - en voelen - hier veel Gaspeldoorn. Verder zijn het voornamelijk lage struiken met daartussen Lavendel, Tijm, Rotsroos en bloeiende roze distels. Als we de bergkam oversteken wordt het een breed gravelpad door een bos. De grote dennenappels nodigen Fay uit om te spelen. We komen hier een groepje wandelaars tegen, dat verwacht je niet. De afdaling naar Trevélez is ingezet. Het brede gravelpad maakt plaats voor een smal bergpad. Fay heeft een verse koeienvlaai gevonden en rolt er even lekker door... dat is niet tof-Fay. We nemen een pauze en Fay en Bliss krijgen voor het eerst water uit de drinkfles. De route is fraai, het uitzicht op Trevélez met de hoge besneeuwde bergtoppen erachter is prachtig. Fay en Bliss frissen zich eerst op bij een kleine waterval. Iets verderop stroomt een heel mooi breed irrigatiekanaal langs een wandelpad. Daarin is opfrissen nog fijner voor de hondjes. In Trevélez pakken we een terrasje bij Piedra Ventana, we nemen onder andere - hoe kan het ook anders - Serrano ham! Trevélez moeten we na de heerlijke lunch nog door, van 'bajo' naar 'medio' waar de fietsen staan, dat is nog zo'n 100 hoogtemeters door schitterende smalle steegjes en straatjes. We fietsen terug met alvast het uitzicht op de andere kant van het stroomdal van Río Trevélez waar we morgen lopen en fietsen. Ook deze fietsrit is weer de moeite waard, vooral na Portichuelo de Cástaras wordt het makkelijker trappen en is het uitzicht wijds.
Trevélez - Busquístar.
Etappe 6 (Rother 5) gaat van Trevélez naar Busquístar, daartussen komen we geen dorpen tegen. We starten in Trevélez 'medio' en stijgen meteen door naar 'alto', het hoogste deel van Trevélez en heerlijk rustig. Op de informatieborden van Parque Natural - en ook van Parque Nacional de Sierra Nevada staat van alles aangegeven wat verboden is; open vuur, (wild)kamperen enzovoort. Opvallend is dat er niets staat over honden, zelfs geen aanlijnplicht; fantastisch! Busquístar staat aangegeven op de bordjes: 10,5 km. Iets verderop staat vermeld dat het 10,7 km is, alsof we de verkeerde kant oplopen... er klopt vaak niets van de afstanden op de bordjes zijn we wel achter.
Bij de stuwdam van Río Chico is het zoeken naar de markeringen. Fay heeft wel een speelkameraadje gevonden in een klein hondje uit de buurt. Ook verderop de route zijn we het pad even kwijt we volgen de roodwitte markering maar dat leidt tot niets. De smartphone zet ons weer op het juiste spoor. Eenmaal op de bergpaadjes is het volop genieten van de ruige bergwereld. Diepe afgronden, kloven en ravijnen die we vanaf smalle bergpaadjes mogen bewonderen. Soms grijpt een klimroos ons bij de arm of kietelt een Gaspeldoorn onze kuiten. Kleine hondjes hebben hier minder last van. Een traject langs een wildstromende beek is even lastig en Fay vind de 'brug' erover eerst spannend. Het zijn twee boomstammen en Bliss laat even zien hoe je zo'n hindernis neemt. We lopen overwegend in de bossen en de plantensoorten zijn weer anders dan de voorgaande dagen. Zo zien we een Wit Bosvogeltje, anders dan de naam doet vermoeden is dat een orchidee. Hoe dichter we bij Busquístar komen hoe meer we ze zien; Rotsroosjes in wit, roze en ook in een gele variant. Nog nooit zoveel rozen bij elkaar gezien. Ook zien we een groepje Nederlandse wandelaars en later nog een stel, druk hoor.... In de bossen bij Busquístar zouden veel kastanjebomen staan, wij zien vooral eiken met een donzig blad, waarschijnlijk is het de Pyreneese Eik. Onze fietsen staan geparkeerd vlakbij Bar Cafe Paco in Busquístar, de enige horecagelegenheid van het dorp. De recensies zijn goed, we gaan hier uitgebreid lunchen.
Er is geen menukaart, de serveerster legt in redelijk Engels uit wat er zoal mogelijk is. We gaan voor drie streekgerechten die we samen delen. Uiteindelijk betalen we 42 euro voor 2 stuks 0.0 biertjes, een fles water, 3 hoofdgerechten en 2 desserts. Dit is toch wel een bijzonder barretje! Met voldoende energie fietsen we terug naar Trevélez, net geen 10 kilometer maar we redden het niet binnen een uur.... het is alleen maar klimmen!
Busquístar - Pampaneira.
Op het traject van de GR7 tussen Busquístar en Pampaneira liggen een hele serie dorpen. Het is Rother's etappe 6 die we vandaag lopen alleen stoppen niet in Bubión maar lopen we door tot Pampaneira, een dorpje verderop. We passeren respectievelijk Pórtugos, Atalbeítar, Pitres, Capilerilla en Bubión. In Bubión hopen we een maaltijd te scoren. Het eerste stuk GR7 bij Busquístar is slecht onderhouden, brandnetels en distels versperren het pad. Het loont om daar even over de weg te lopen. Vlak voor Pórtugos staat Ermita de las Angustias met de bron Fuente Agria. Na het dorpje Pórtugos staat een oude wasplaats, Lavadero Fuente Noguera. Beide de moeite waard. Het gehuchtje Atalbeítar is de volgende bestemming, een klein wit fotogeniek dorpje en onderdeel van La Taha; in de Moorse tijd een gemeenschap van 7 dorpen (Pitres Capilerilla, Mecina, Mecinilla, Fondales, Ferreirola en Atalbéitar).
Het pad daarna richting Pitres is prachtig met een diepe afgrond meteen naast het pad. Het stadje Pitres, hoofdstad van La Taha, is veel groter dan Atalbeítar, we beperken ons weer tot de GR7 route, die gaat door hele smalle steegjes heel steil omhoog. Op het plein bij Iglesia Parroquial de San Roque staat een vuurtoren. Pitres heeft zichzelf uitgeroepen tot havenstad terwijl het op 1200 meter hoogte ligt en kilometers van de zee. Ooit was er een politicus die de bevolking vroeg wat wilden. 'Een zeehaven' antwoordden ze voor de grap. Om dat te bewerkstelligen zou er heel wat moeten worden afgegraven, dat was iets te gek. Wel hebben ze een boulevard en zijn ze zusterstad met Motril; dat is een echte havenstad. Ook hebben ze een vissersvereniging die zich voornamelijk bezig houdt met het eten van vis. Fraai is Pitres zeker en het pad daarna naar Capilerilla is dat ook met heel veel bloeiende bloemen langs de kant. In de bossen tussen Capilerilla en Bubión is het aanbod paden groot. Wederom is de markering van de GR7 magertjes, we lopen op de smartphone. Het pad stijgt naar een bergrug, als we boven komen is het uitzicht formidabel op de Poqueira-vallei met Bubión en Capileira en daarachter de majestueuze bergwereld van de Sierra Nevada met sneeuwvelden. In Bubión strijken we neer bij restaurant La Artesa. Het dagmenu is 14 euro voor drie gangen inclusief één drankje. Wat kost tegenwoordig één pilsje op een terras in Amsterdam eigenlijk?
Bubión zelf mag er ook zijn, de witte dorpjes vervelen nooit. We dalen af door een bloemenrijke omgeving naar Pampaneira waar we de fietstocht starten. Veel minder hoogtemeters dan gisteren maar we beginnen ze wel te voelen. We nemen nog een rustdagje en gaan dan voor een deel van Rother's laatste etappe. Als we ons daarna nog goed voelen sluiten we af met een korte slotetappe.
Pampaneira - Cáñar.
Eigenlijk ligt Cáñar qua fietsen niet geweldig. Onze achtste etappe is daardoor wat zwaar. Vooralsnog beginnen we vol goede moed aan de achtste etappe na de welverdiende rustdag. De hondjes zijn er ook klaar voor denken we. Pampaneira hebben we eergisteren al een glimp van gezien. Het is een schitterend dorp maar wel veel toeristischer dan alle andere dorpen die we tot nu toe hebben bekeken. Dat het drukker is heeft ook zijn redenen, het is namelijk echt heel fraai. We lopen door een straatje met in het midden een waterkanaal en aan weerszijden een smalle voetgangersstrook, prachtig. Fay loopt in het kanaaltje, heerlijk met de pootjes in het water.
Fay en Bliss worden door twee Spaanse dames aangehaald en na een rondje door Pampaneira zetten we koers richting Soportújar. De GR7 paden naar Soportújar vallen soms wat tegen, ze zijn zeer slecht onderhouden. Soms staan de brandnetels en distels tot schouderhoogte. De contrasten zijn groot want er zijn ook stukken bij waar de hoeveelheid bloeiende bloemen zo overweldigend zijn dat je bijna denkt dat je in een aangelegde tuin loopt; Leeuwenbek, paarse Mariadistel, Pekklaver, Reuzenvenkel, Klaprozen, witte en gele Kamille, Grijze Mosterd, Lathyrus, paars Brandkruid, Sterklaver en ook weer het witte Bosvogeltje. Het witte dorp Soportújar staat in het teken van zwarte magie, hekserij en tovenarij. Rond 1800 zaten er heksen in het dorpje. Legendes die mondeling generaties lang zijn doorgegeven worden op sympathieke wijze uitgebeeld in dit 'heksendorp'. Zo is er de grot' Cueva del Ojo de la Bruja' die toegang verschaft tot andere werelden en waar je een wens kunt doen bij een tovenares. De 'betoverde brug' dient als toegang tot de grot. Verder is er een beeldhouwwerk van Baba Yaga, een oude heks die diep in het bos leefde en mystieke kennis en magische krachten had. Ook Baba Yaga's huis op kippenpoten is te bewonderen vlakbij het huis van Hans en Grietje. Verder is er de heksenfontein, de drakenfontein, een grote spin, een reuzenslang die door de muren kruipt.
Soportújar heeft een jaarlijks heksenfestival waar men verkleed als heks of tovenaar heen
gaat en in Soportújar ligt ook nog de smalste straat van Spanje. Er is geen straatje in het dorpje waar geen hekserij is, werkelijk alles is uit de kast gehaald. We verlaten het dorp via een heel steil betonpad. De vallei waardoor Río Chico stroomt is weer overweldigend mooi. Raar maar waar, er is ook een Río Chico bij Trevélez. Het pad naar Cañar is schitterend en het aanbod bloeiende planten is enorm. Bij de imposante dam, Dique 24 genaamd, waar we Río Chico oversteken via een boom die dienst doet als brug, is het wel heel verleidelijk om een lange pauze te nemen. Dat doen we dan ook, Fay gaat helemaal los in Río Chico en het kleine meertje voor de dam. Zwemmen, rennen, stokken apporteren; het is één groot 'Fay-st', wat een pretletter is het toch. De dam is een bijzonder bouwwerk uit 1943. Het is geen dam voor een stuwmeer maar gemaakt om te reguleren en overstromingen te voorkomen. De waterval die zich over de dam naar beneden stort is een mooi schouwspel. Cáñar is niet groot en ook niet druk. Een heerlijk dorp om door te lopen. De fietsrit naar Pampaneira is een serieuze uitdaging; anderhalf uur fietsen over krap 17 kilometer. Eerst steil afdalen uit Cañar en vervolgens bijna alles bergop naar Pampaneira.
Cáñar - Lanjarón.
Kuuroord Lanjarón ligt aan de rand van La Alpujarra, het bronwater dat men hier wint wordt in bijna alle horecagelegenheden in de omgeving geschonken. Ook zou het water geneeskrachtige eigenschappen hebben, vandaar dat Lanjarón als kuuroord een veelbezochte bestemming is.
Toerisme is nu een belangrijke bron van inkomsten. De laatste etappe lopen we in tegengestelde richting. We lopen van Lanjarón naar Cáñar en we beginnen met de fietsrit. Fietsen met aanhanger naar Cáñar is geen optie, vandaar dat we deze omkeren. Toch is ook deze fietsrit geen makkie, we doen er bijna een uur over. We parkeren onze fietsen aan de GR7 aan de rand van Lanjarón. Het gaat steil bergop over beton- en gravelpaden. Het is best warm, de irrigatiekanalen zijn er ook weer en zijn ideaal voor Fay en Bliss om af te koelen. De campingeigenaar in Trevélez waarschuwde ons voor de hippies bij Cáñar die niet zo gesteld zijn op pottenkijkers. Passerende wandelaars zijn geen probleem. Er zijn blijkbaar ook toeristen die specifiek naar de hippies komen kijken... vreemd. De wandeling wordt pas echt indrukwekkend als we de vallei van Barranco los Jarales ingaan. Een diepe kloof is het die we aan beide zijden gaan belopen. De bloemen zijn weer talrijk en vooral de Wilde Salie komt veelvuldig voor. Ook passeren we meerdere olijfboomgaarden. Andere wandelaars zien we niet. Een mooie afsluiting van krap 7 km waarmee we Rother's route Senda Granadina voltooien. We kunnen moe en voldaan, maar ook tevreden huiswaarts keren.
De culinaire tip: La Frague II in Trevélez.
Campings:
Camping Alpujarras.
Ctra. Puerto la Ragua, 30, 18494 Laroles, Granada.
Camping Trevélez.
Ctra.Órgiva-Trevélez, km 32,5, 18417 Trevélez, Granada.
Gids:
Rother Wanderführer
Andalusien Süd
ISBN978-3-7633-4147-4
App:
Locus Maps
De gelopen route:
Etappe 1.
Laroles - Júbar - Mairena - Nechite - Válor.
Etappe 2.
Válor - Yegen - Golco - Mecina Bombarón.
Etappe 3.
Mecina Bombarón - Bérchules - Alcútar - Narila - Cádiar.
Etappe 4.
Cádiar - Lobras - Tímar - Juviles.
Etappe 5.
Juviles - Trevélez.
Etappe 6.
Trevélez - Busquístar.
Etappe 7.
Busquístar - Pórtugos - Pitres - Capilerilla - Bubión - Pampaneira.
Etappe 8.
Pampaneira - Soportújar - Cáñar.
Etappe 9.
Cáñar - Lanjarón (omgekeerd gelopen)
[ klik hier voor alle foto's op één pagina ]