“ Once you have had a wonderful dog, a life without one, is a life diminished "
Dean Koontz

 

Schotland, Cairngorms juli 2014

Schotland.
Schotland stond al een poosje op ons verlanglijstje. Net als Noorwegen heeft ook Groot Brittannië de bloedproeven en de daarmee gemoeide rompslomp afgeschaft een paar jaar geleden, dat maakt het allemaal een stuk aantrekkelijker. De inentingen moeten natuurlijk wel allemaal voor elkaar zijn en de hond moet ontwormd worden door de dierenarts tussen 24 en 120 uur voor binnenkomst in Groot
Brittannië. Dit mag je niet zelf doen en het moet vermeld worden in het paspoort met datum, stempel en krabbel van de dierenarts. De treintunnel is een ook uitkomst. De prijzen voor de tunnel zijn wel fors en we moesten per hond circa 25 euro extra betalen. Met drie honden heen en terug dus 150,= euro bovenop het tarief voor de auto. Eenmaal in Engeland aangekomen was het links rijden even wennen maar de rustige wegen maken dat eenvoudiger. Maximale snelheid is lager dan bij ons maar áls je de cruise-control dan op 113 km/u zet (70 mijl) dan rij je dat ook echt. Het deed ons wel een beetje aan Zweden denken. Alleen bij Londen gaat die vlieger niet op. De schotten kwamen op ons over als aardige gastvrije mensen, ze knopen allemaal een gesprek aan in de bergen, vragen naar het ras van de honden en halen de honden even aan. Schotland kent het ‘right to roam’; zo is wildkamperen en buiten de paden te lopen toegestaan. Volledig op kaart en kompas buiten de paden de bergen in te trekken spreekt ons niet zo aan, het moet wel veilig blijven en met kans op mist en harde wind vinden wij het lopen van de bergpaden spannend genoeg. Zelfs op de ‘paden’ kwamen we niet veel mensen tegen. Een paar delen van onze wandelingen waren wel padloos maar wel in redelijk overzichtelijk berglandschap bij goede weersomstandigheden.

Cairngorms.
Wij kozen voor Cairngorms National Park (in Gaelic: Pàirc Nàiseanta a' Mhonaidh Ruaidh wat de rode bergen betekent) in het Noordoosten van Schotland. Vier van de vijf hoogste bergen van Schotland bevinden zich in de Cairngorms. Het is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Schotland en er heerst een sub-arctisch klimaat door het aaneengesloten karakter en de hoge ligging van de dalen. Er valt minder neerslag dan in de westelijke Highlands en in de Cairngorms loopt de enige half wilde kudde rendieren van Schotland, niet dat we rendieren gezien hebben maar dat terzijde. Aan de noordzijde van de Cairngorms bevind zich een van de grootste oorspronkelijke caledonische bossen van Schotland: Rothiemurchus. Dit alles sprak ons wel aan; we kozen voor Braemar als basis om van daaruit een aantal meerdaagse wandelingen te maken.Tussendoor verbleven we een paar dagen op de enige camping van het stadje: Braemar Caravan Park. Braemar ligt werkelijk heel mooi in het midden van het nationaal park, is erg rustig en zeer geschikt als startpunt van wandelroutes. Een wereld van verschil met het drukke toeristische Aviemore aan de noordwest zijde, daar zijn we doorheen gereden, we waren blij dat wij voor Braemar gekozen hadden. In Braemar is ondermeer een buitensportwinkel met een super eetgelegenheid er aan vast: The Bothy, een aanrader. Lekker eten kan ook bij Braemar Lodge Restaurant, meteen naast de camping en het Station Restaurant in Ballater mag er ook zijn. Zes mijl achter Braemar verderop in het dal ligt ‘Linn of Dee’,
een mooi uitgangspunt voor wandelingen; wij startten er twee keer met onze tochten. Schotland staat erom bekend dat er veel schapen lopen; wij hebben op onze routes geen schaap gezien; helemaal niet erg overigens, blij toe. Rond de dorpen en bij de asfaltwegen liepen ze wel overigens.

Midges.
Schotland is onlosmakelijk verbonden met deze minimug. In juli en augustus zijn ze het actiefst, maar juist in deze maanden leek ons bergwandelen met de honden wel  de beste tijd: geen jonge dieren en vogels zoals in het voorjaar waardoor misschien honden niet welkom zijn en geen jachtseizoen want dat is in het najaar. We wonen in Nederland in een waterrijk gebied met veel riet. Mensen die wel eens in het voorjaar in de Wieden of Weerribben hebben gekampeerd voelen nu wel aan waar het over gaat: de mietzen. In Schotland heten het dus midges maar het zijn dezelfde plaaggeesten. Als de wind even wegvalt komen ze je vrij snel opzoeken. In beweging blijven is het advies en dan valt het wel mee. We hadden natuurlijk al wel veel gelezen over de midges en zo zouden de Schotse middelen beter zijn door het percentage deet. Dat is onzin, het percentage deet bepaalt alleen hoelang het werkzaam is, de 30% gel en 40% spray van Care Plus die in Nederland te koop is vinden de schotse midges echt wel vies! Helaas vinden wij dat ook. Alternatieven die in Schotland verkocht worden zijn ‘Skin so Soft’ van het merk Avon en Smidge. De Avon is niet eens bedoelt als anti muggen middel maar het helpt wel en ruikt niet eens slecht. 95% van de midges vliegen je voorbij maar bij de aantallen die langskomen in de Schotse hooglanden is dat percentage toch nog te laag is onze ervaring. Smidge is wat ons betreft de winnaar. Het ruikt helemaal niet verkeerd en de smaak is echt slecht! Dat zullen de midges ook gevonden hebben want nagenoeg allemaal lieten ze het bijten achterwege.
Aangezien ze met een heel leger aankomen is een hoofdnetje wel aan te raden; wij hadden dat niet maar we werden twee keer in de ochtend bij het afbreken van ons tentje belaagd. Ze bijten dan misschien niet door de Smidge maar zitten wel in je oren, neus, haar en soms in je ogen. De belangrijkste tips om de midges te slim af te zijn: Zet de tent op een winderige plaats in de zon, lukt niet altijd maar hogerop waait het meestal wel en in de dalen ‘trekt’ het toch vaak ook wel. Midges hebben een hekel aan wind en fel zonlicht. Zodra de zon onder gaat in de tent gaan achter het insectengaasje, we hebben meegemaakt dat het klonk als motregen op de tent, zoveel midges…. Tent niet op drassige veengrond opzetten. Rond zonsondergang en zonsopkomst zijn ze het actiefst, dus rond die tijd dekking zoeken in de tent. Er is zelfs een midge-forecast (zie midgeforecast.co.uk) in 5 oplopende klassen wordt aangegeven hoe vervelend ze zijn: 1 is negligible level en 5 is nuisance level, ofwel 1 verwaarloosbaar en 5 hinderlijk. De Cairngorms komen er meestal nog genadig af dus dat was voor ons ook een reden om daarheen te gaan.

Munros.
Een Munro is een berg van tenminste 3000 voet (914,4 m) hoog. De naam komt van Sir Hugh Munro, hij stelde als eerste een lijst op van deze bergen. Op de huidige lijst van de Scottish Mountaineering Club staan 284 Munros. In de Cairngorms liggen uiteraard ook een aantal Munros waarvan wij er een paar liepen. We maakten een hele mooie driedaagse tocht met zeer goede weersomstandigheden over onder andere Munrotop Braeriach. Op de top spraken we een stel schotten, met hond, die meerdere keren op Braeriach hadden gestaan maar nog nooit zonder mist. Wij hadden veel geluk zeiden ze; temeer omdat het onze eerste Munro überhaupt was. Het was eerst onbewolkt en in de loop van de dag kwamen er stapelwolken wat voor de vergezichten en de mooie plaatjes helemaal niet verkeerd is. Onze honden kwamen nergens in de problemen, het terrein was overal goed begaanbaar voor ze. Braeriach en ook de Sgor Gaoith zijn niet moeilijk te bereiken, ze zijn echter wel aan een zijde zeer steil. Op de toppen kijk je een paar honderd meter de diepte in langs een bijna loodrechte wand.
We hebben onze honden een beetje weggehouden van deze afgrond want hoogtevrees kennen ze absoluut niet. Aanvankelijk waren we van plan ook de hoogste Munro van de Cairngorms mee te pikken in wederom een driedaagse tocht maar mist, (mot)regen en harde wind weerhielt ons hiervan; we hebben tevergeefs bijna 24 uur in ons tentje afgewacht aan de voet van deze Munro; de Ben Macdui. De voorspelling was niet heel erg goed, volgens MWIS (Mountain Weather Information Service (zie mwis.org.uk)) was de ‘chance of cloud free Munros’ niet erg hoog, al zou dat in de loop van de dag wel verbeteren. Onze bivak was aan het mooie bergmeertje Loch Etchachan op 927 m hoogte, het hoogst gelegen meer van deze omvang in het Verenigd Koninkrijk. Als alternatief hadden we een rondje Loch A’an (ook wel Loch Avon genoemd) achter de hand. Aan dit meer werden we getrakteerd op het mooiste zonlicht denkbaar (denken wij). Eerst lag het meer nog in de mist maar binnen een kwartier trok de mist weg en maakte plaats voor zon en mooie stapelwolken. Wij liepen langs de zuidoever van het meer. Deze driedaagse tocht kwam de Ben Macdui overigens nauwelijks uit de mist dus we hadden een goede keuze gemaakt.

Lairig Ghru.
De Cairngorms worden in noord-zuidelijke richting doorsneden door twee eeuwenoude bergpassen (Lairigs) welke sinds mensenheugenis worden gebruikt voor verschillende doeleinden waaronder veedrijven. Ook legers verplaatsten zich erdoor. De bekendste is de Lairig Ghru welke Aviemore in het noorden met Braemar in het zuiden verbind. Het hoogste punt van de pas is 835 m nabij de twee bergmeertjes 'Pools of Dee’. De andere is de Lairig An Laoigh; deze minder zware route werd meer voor het jongvee gebruikt.
De Lairig An Laoigh verbind Abernethy met Braemar. Wij liepen de beide passen grotendeels  in een vierdaagse tocht waarbij we ook door het Rothiemurchus kwamen. We kozen voor deze route omdat er ‘thunderstorms’ te verwachten waren en dus Munro’s lopen niet verantwoord zou zijn, buiten het feit dat Munro’s in de mist niet echt lonend zijn. De etappe door het Rothiemurchus viel ons een klein beetje tegen aangezien deze langs onder andere een Reindeer Centre, een camping en een asfaltweg loopt dus een beetje druk en toeristisch. Achteraf hadden we een nacht op die camping moeten gaan staan want voordat we weer aan een beek in de bergen waren was de dagetappe inmiddels erg lang geworden. De tocht had ook mooi in 5 dagen gekund. Opvallend is dat er nergens markeringen of steenmannetjes zijn maar dat de navigatie meestal toch zonder problemen verloopt; omdat er niet veel paden zijn kun je ook makkelijker je weg vinden. Het Rothiemurchus is wel voorzien van veel paden, ook voor fietsers, deze staan niet allemaal op de kaart dus hier gaat het navigeren eigenlijk nog het moeilijkst.

Eten.
In de bergen is het eten op zich geen straf omdat je wel trek hebt na een dag bergwandelen maar de 'adventure foods' zijn qua smaak niet geweldig natuurlijk. We hebben inmiddels verschillende merken geprobeerd maar om nou te zeggen dat er een beter is gaat te ver. Hooguit is te melden dat een enkele smaken van het merk Mountain House ‘minder erg’ zijn. Het is een kwestie van proberen want smaken verschillen.
Onze honden krijgen in de bergen ook gevriesdroogd lichtgewicht voer. Wij geven ze Easybarf, beetje lauw water erbij en ze vinden het heerlijk; het ruikt minstens zo goed als adventure food in ieder geval. Slechts 80 gram voer per dag per hond nodig bij 20 kg lichaamsgewicht volgens de verpakking. Wij geven ze circa 130 gram terwijl ze net boven de twintig kilo wegen en net als wij vallen ze ook een beetje af bij een meerdaagse bergtocht. Water filteren is ook in de Schotse bergen eigenlijk altijd noodzakelijk. Alleen water drinken of koffie vinden we wat saai en we hebben nu iets ontdekt wat eigenlijk best lekker is en licht in gewicht: vruchtensiroop Mix&Go van het merk Teisseire (in Schotland was hetzelfde te koop onder merknaam Robinsons). Slechts 66 ml in een flesje en goed voor 20 drankjes van 250 ml.... Cheers!

 

(bron kaart: www.cairngorms.co.uk)

Camping:
Braemar Caravan Park
Glenshee Road
Braemar
Aberdeenshire
AB35 5YQ

Gidsen:
Scotland’s 100 best walks
Cameron McNeish
ISBN 0-947782-66-4

Bergtochten in Schotland, Wales en Engeland
Jolanda Linschoten
ISBN 978-90-257-4454-0

Rother Wandelgids Schottland
Ralf Gantzhorn
ISBN 978-3-7633-4001-9

Walking the Cairngorms
Ronald Turnbull
ISBN-13 978-1-85284-452-3
ISBN-10 1-85284-452-3

Kaarten:
Ordnance Survey
nr 36
1:50.000
Grantown on Spey & Aviemore

Ordnance Survey
nr 43
1:50.000
Braemar & Blair Atholl

 

De gelopen routes:

Route 1, 4 dagen:

Twee mooie doorsteken dwars door de Cairngorms over twee eeuwenoude passen en door het Rothiemurchus caledonische bos:

[P] Linn of Dee 373 m – Derry Lodge – Glenn Derry – Lairig an Laoigh – Dubh Lochan – Stepping Stones – Fords of Avon Refuge – (bivak 1) - Loch Avon (Loch A’an) – The Saddle 807 m – Strath Nethy – Glenmore Lodge – Reindeer Centre – Lock Morlich langs zuidzijde – Allt Druidh – Lairig Ghru 835 m - (bivak 2) – Pools of Dee – Corrour Bothy – (bivak 3) - Glenn Dee – White Bridge – Linn of Dee 373 m.
(ronde linksom gelopen, tegen de klok in)

 

Route 2, 3 dagen:
Hele mooie 3 daagse tocht over onder andere 3 munros: Braeriach, Sgor Gaoith en Sgòran Dubh Mòr en hoog boven het Loch Eanaich (alleen bij goed weer te doen):

[P] Loch an Eilein (bij Aviemore) – Cairngorm Club Footbridge – Allt Druidh – Lairig Grhu – Lochan Odhar - (bivak 1) – Sròn na Lairige (1180 m) – (1184 m) – Braeriach 1296 m Munro – vanaf hier padloos naar Wells of Dee – richting Loch nan Cnapan - (bivak 2) – Fuaran Diotach – Sgor Gaoith (1118 m Munro) – Sgòran Dubh Mòr (1111 m Munro) – Sgòran Dubh Beag – (803 m) – Clach Choutsaich – (833 m) - Clach Mhic Cailein (or The Argyll Stone) – Creag Dhubh (848 m) – Loch Gamna - Loch an Eilein. Beter is om af te dalen vanaf 833 m naar Allt Coire Follais, de afdaling die wij maakten was erg zwaar, padloos door de bossen en over heidevelden.
(ronde rechtsom gelopen, met de klok mee)

 

Route 3, 3 dagen:
Tocht naar Loch A’an (Loch Avon) in het hart van de centrale Cairngorms:

[P] Linn of Dee 373 m – Derry Lodge – Glenn Derry – Hutchinson Memorial Hut -Loch Etchachan - (bivak 1) - Loch A’an (Loch Avon) - Fords of Avon Refuge - Stepping Stones - (bivak 2) - Lairig an Laoigh - Glenn Derry – Derry Lodge - Linn of Dee.
(rondje rechtsom gelopen, met de klok mee)